Gomer voor den Sabbath - pagina 50
„ONTHOUD HET GOED AAN
40
ZIJN
MEESTER NIET
" !
is dit anders geworden. De kracht van het Woord ons volk geheel uit. Men drijft op den zacht kabbelenden stroom der beschaving. En de uitkomst is, dat men van allen kant tegen bedrog, fopperij en oplichting op zijn hoede moet zijn; dat er bijna geen waar meer te vertrouwen is; dat in allen tak van handel leelijke praktijken gewoonte zijn geworden; dat men op crediet instede van op kapitaal teert; en dat schulden en faillieten een ornament des levens schijnen. Daardoor is de voWi^zede achteruitgegaan de volksusan^ie onder het vroeger zedelijk peil gedaald; de vQV&.%gewoonie slap en mat geworden; en kan er, o, zooveel door, dat er niet door kan bij God, noch bij den man, die voor God bij zijn conscientie leeft. En zeg nu niet: „Zoo is het in de wereld, maar onder Gods kinderen niet"; want dit zeggen rust op een hoogst bedenkelijke <iwaling; op de dwaling namelijk, alsof een kind van God niet aangestoken zou worden door de kwade praktijken van zijn vakgenooten. In elk vak van nering, waar ge in komt, bestaan usantiën; ge hebt te handelen en te rekenen met personen die bij die veelszins kwade usantiën zijn opgegroeid; en als gij nu iegen die usantie in wilt gaan, krijgt ge heel de markt tegen u, maakt ge uw handel moeilijk en lijdt ge natuurlijk schade. In dien strijd bezwijken dan de meesten; en dan hebben ze tweeërlei geweien het eene voor het particuliere leven en dan nog een handelsgeweten er bij. En overmits ook de orthodoxe prediking in onzen tijd veel te eenzijdig in de mysteriën des geloofs blijft hangen, en van een degelijke, diep ingaande, ontdekkende prediking van Gods Wet, in haar toepassing op het leven, veelszins vervreemd is, bezwijkt dan ten leste de beste, en doet, zij het ook op eenigen afstand, met die onzuivere praktijken meê. Dit nu is een kwaad. Een ongerechtigheid, die bestreden moet. En waar Gods Woord de uitspraak tegen stelt dat ge het goed niet aan zijn meester moogt onthouden I
Thans, helaas,
is er bij
;
,
,
,
Het
sterkst tast dit zeggen het niet betalen van schuld aan. Schuld is geld, waarover niet gij heer zijt, maar waarover een ander meester is. Het is van hem, niet van u. En op u rust van Godswege de verplichting, om dat geld zoo spoedig mogelijk bij zijn meester thuis te brengen. Evenals ge een kind van een ander, dat verdwaald was, niet bij u zoudt houden, maar ijlings naar zijn vader terugzenden, zoo ook moet ge met schuldgeld doen. Sehuld is een verdoold kind, dat niet bij u hoort en in uw huis niet blijven mag, maar terug moet naar zijn eigen huis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's