Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 230
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
Daarom
smaad,
onverdienden
worpen.
Gij
al
U
door
de kracht, die
tegen den
is,
op deze goede, trouwe mannen ge-
uw
U
dezer
bezitten, tart ik
U
terwijl ik
niet verheeld, het
vrome en praktische mannen
vroede,
als Gij bij
En
volk minder vreemdeling waart.
het mij een eere reken, in een mate ook door
vertrouwen
mij
in
zoudt niet gesproken hebben gehjk Gij deedt,
bestanddeel van
dit
met
protesteer ik
mogen
te
nogmaals, mij een andere staatkundige volksver-
gadering te noemen, die het van de Deputatenvergadering, waarmee een loopje naamt,
Gij in
in
onbaatzuchtigheid, in ideale bedoeling en
echt nationale samenstelling wint.
Eer
teer
is
!
Doch hiermee
mijn klacht dan ook ten einde
is
Deputatenvergadering ook
de
na
haar
Wie
ontmoet mijnerzijds geen de minste bedenking.
haalt,
de markt waagt, moet tegen een stootje kunnen.
Uw
hoe
herinner,
Prinsterer
hebben, dan
digen
vincit
afstand,
gesteld,
En
Da
zich
als ik mij
op
dan
wordt, mij
die
slechts
van
mijn
haar
Groen
Costa, een
gekrenkt
de mindere felheid, waarmee
vervolgd
epigonen
wet
de
buiten
;
Gij
geestelijke voorouders mijn geestelijke vaderen
en dat geen minderen dan een Bilderlijk, een
van
want dat
;
Voorzitter over den hekel
in
en toegetakeld mij een
hunner
verklaring in den eerbie-
zooveel
grootere
voorgangers
scheidt.
Bovendien
de
>'peper-en-zoutbus"
mag
op
ik
den
politieken
disch wel.
Nog bang
voor
niet
dat
deftig,
lange jaren waren onze politieke gastmalen zoo er
geen kans bestond wakker
te blijven
bij
afgemeten, xvould-be classieken, of gelijk Bilderdijk het noemde,
houtschen"
tafelkout.
De
vertoogen
waren
in
die deftige
den
>;glad-
dagen
wettige afstammelingen van de aloud befaamde iV/z/jr-verhandelingen.
Het volk luisteren.
spraak waarlijk
Men kon er eenvoudig niet naar om ook mijnerzijds aan uw zeldzaam kiesche beeld-
luisterde
En,
van bij
den
dan ook
niet.
Diepenbeekschen
proponent
eere
te
bieden,
ja,
die in saaie taaiheid onovertroffen vertoogen wreef het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's