Gomer voor den Sabbath - pagina 210
2o6
„BROOD UIT DEN HEMEL
" !
daalt, toch voelt elk, dat er tusschen dat Manna en ons gebakken brood ook weer een aanmerkelijk verschil bestaat. Immers, gebakken brood is een brood, waar onze arbeid aan kleeft. Daar moet de akker voor omgespit of omgeploegd; daarvoor moet geëgd en gewied, gemaaid en gedorscht, gemalen en gemengd, gebakken en gesneden tot het dan nogmaals vermalen wordt door ons gebit. Hun Manna daarentegen daalde ^<?>^(?^/^<fr.?<frt^ uit den hemel neder. Daar viel niet voor te sloven noch te slaven dat was gekneed noch gebakken. Daar was nieis voor ie doen, en zelfs geen geld bij inkoop voor uit te geven. Het viel zoo uit den hemel. Een ieder had het maar voor het oprapen. ;
,
En klein in zijn korrel als het was, smolt het, zonder de moeite des gebits zelfs, in den mond. Al komt dus óok ons brood uit den hemel, het komt toch niet uit den hemel als brood. En hierin alzoo was het Manna van ons brood onderscheiden dat ons brood door den mensch zelven gekneed en bereid wordt uit wat God te zijner beschikking stelde; terwijl omgekeerd dat Manna een gereed brood uit den hemel was, waar de mensch 7iiets aan af of toe had te doen. ,
Hierin nu ligt de symboliek van het Verbond der werken en het Verbond der genade. Als onze mensch in het Paradijs Satan terug had geslagen en •door Gods wet te volbrengen, eeuwig leven had veworven zou dat ,
eeuwige leven toch een goede gave van den Vader der lichten zijn geweest; maar bij manier van ons dagelijksch brood. Terwijl omgekeerd onder het Verbond der genade het eeuwige leven ons eveneens van den Vadar der lichten toekomt, maar nu bij manier van het Manna in den woestijn. Gerechtigheid is het voedsel der ziel, en alleen hem, dien naar gerechtigheid dorst en hongert, spreekt Jezus zalig. Maar naar den Paradijsstand zou dit brood der gerechtigheid, evenals ons gewone brood, slechts verworven zijn door rustelooze inspanning. Door ook op den akker des zedelij ken levens te arbeiden en te worstelen in het zweet des aanschijns. Om alzoo eerst na veel ploegens en veel malens en veel knedens de vrucht der gerechtigheid te genieten voor den honger der ziel. Maar zooals nu Israël in de woestijn plotseling niet meer ploegt, en niet meer zaait, en niet meer maalt, maar opeens het Goddelijk Manna gereed vindt liggen als een brood, dat uit den hemel is neergedanld, zoo ook gaat het onder het Genaden ^xhorA toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's