Gomer voor den Sabbath - pagina 157
,ONZE LIPPEN ZIJN ONZE."
153
kreegt die lippen van uw God, om er uw naaste in liefde te spreken ; om er uw beleid en uw wetenschap meê te openbaren; en in en boven dat alles, om er uw God meê te loven. Diep achter die lippen schuilt uw hart, en van den stroom, die uit uw hart opwelt, zijn die lippen de monding, waardoor het leven van uw binnenste in den oceaan, die zich om en vóór u uitbreidt, wegvloeit. Nu moet uit God dat leven in uw hart zijn. Die stroom, van de bergen van Gods heiligheid in uw ziel neergedaald moet opwellen en door uw lippen naar buiten uitvloeien en al wat uitvloeit moet óf rechtstreeks óf over en door uw naaste in lof en dank terugvloeien naar God. Daarom heet het bij Jesaja: „Ik schep de vrucht der lippen
Ge meê
toe
,
;
dengenen, die verre, en vrede dengenen, die nabij zijn, Heere"; jubelt de psalmist van den Middelaar: „Genade is uitgestort op uwe lippen''; roemt het volk bij Hosea: „Heere! wij zullen U betalen de varren onzer lippefi" i en dankt David na zijn uitredding: „Mijn mond zal U roemen, o, mijn God! met vrede
spreekt de
vroolijk zingende lippen/"
Uw
lippen kreegt ge dus, om liefde uit te ademen in het woord naaste; uw lippen, om de zonde te bestraffen; uw lippen, om te zegenen, om te bidden, om te belijden, om te danken, om zingend in psalmen den Naam van uwen God groot te maken. Doch zie nu, wat de zonde deed. o. Van meet af wist Satan wel, wat machtig instrument hem in die lippen ten dienste stond. Daarom begon hij bij Eva met een gesprek; lokte haar tot een uiting der lippen; en heeft van die ure af steeds in die lippen zijn kracht gezocht. Hoor maar, hoe de heilige apostel het van de kinderen der zondaren zegt: „Slangen venijn is onder hunne lippen en hun keelis een geopend graf." Of, zooals er in Psalm 140 nog scherper staat „Heet addervergift is onder hun lippenP En als de klier van dat booze gift onder de lippen van den zondaar openberst, dan spuwt hij gif, en dan spat om hem heen de nijd, en de laster, en de achterklap, en de oorblazing, en de tot
uw
krenkende, de smadende, de schimpende, de scheldende taal. Dan is het, zegt de psalmist, of er zwaarden uit die lippen uitglippen, en alsof de booze mensch zich inspant, om zijn naaste in zijn hart te snijden.
Ja, dan keert zich die schriklijke boosheid der lippen ten leste tegen God zelf; en die lippen, die God gaf om Hem te loven, onderstaan het Hem den Almachtige te vloeken en uit te dagen en uit te braken de godslasterlijkste verwensching. ,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's