Niet de Vrijheidsboom maar het kruis - pagina 28
Toespraak ter opening van de tiende deputatenvergadering in het eeuwjaar der Fransche Revolutie
24 spoor der revolutionaire theorie ook
laatste
uit
ons Staatsrecht zal
worden uitgewischt.
omdat we weten, hoe deze volksovertuiging volstrekt
Juist echter,
alleen
niet
te
stil
door
Wet
door de
maar
persartikelen en geschriften,
veel
meer nog
en de wijze van Bestuur bewerkt wordt, weigeren wij
zitten
en
we ons wel terdege ook
mengen
in de actueeh
jJoUtlek.
Op den voorgrond
staat
onze
daarbij
strijd
tegen
alle
StaaU-
orthodoxie op godsdienstig, zedelijk en wetenschappelijk gebied. fout van weleer
was een Overheid,
die,
als
meerde Confessie gebonden, andersdenkende burgers teruitzetten en als heloten verdrukken moest.
De
zoodanig aan de GereforSih
parlahs
q.c\\-
Fout van het Liberalisme,
en ónze gerechte straf voor vroeger exclusivisme,
is
ook thans weer
het binden van de Overheid aan een „Christendom boven geloofsverdeeldheid",
aan
autonome zedeleer en aan de uitspraak eener
een
wetenschap.
opgevatte
eenzijdig
En
onder
vrede
de
gedeelde
kinderen onzes lands komt er dan eerst, als de Staat de religie weer
aan de aan
haar
de
hoog
de zedelijkheid aan de conscientie en de wetenschap
belijders,
inwonende kracht overlaat. Het
nu eenmaal
is
gelijke deelen verdeeld. Rationalisten, Calvinisten en
samenwonen. Dit
feit
prematie
van
volksdeel
tepaskomt.
is
ons
accepteeren we.
in een volk, dat aldus
althans
de
Grods
op onze vier millioen medeburgers, in bijna drie
bestel, dat er
Roomschgezinden
En we houden
gemengd
is
staande, dat
samengesteld, geen su-
Overheid ten bate van het eene over het andere Alle geestelijke dwingelandij van Staatswege
van
beleediging
den
van
adel
het
geestelijk leven
en, als
krenking van de burgervrijheid, hatelijk en gevloekt.
schroom
Ik
niet
dit
zoo
uit te
stellig
dit de netelige kerkelijke quaestie raakt.
we,
juist
verlegen.
Dit
zijn
groep
spreken, al weet
Ook met
ik,
dat
deze quaestie toch
krachtens ons vaststaand beginsel, in het minst niet
wel
zou
het
onzer richting bestond,
geval
om
zijn,
zoo de toeleg
bij
de ééne
ten spijt van het ander deel den
Maar die toeleg zou verzaking onzer gedragslijn wezen en zoo koesterden we dien nooit. En waar op dit oogenblik de voorstanders der Vrije Kerk en die der Kerk, die op den Staat leunt, in al onze steden en dorpen hun ernstige worsteling nog voortzetten, toestand te forceeren.
wenkt
ons, n(X'h links
sche overtuiging ook
noch
bij
rechts, een ander doel,
dan om onze wederzijd-
onze broederen ingang te doen vinden, ten einde
eens met hen, als door eenzelfde ideaal bezield, op staatsrechtelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 40 Pagina's