Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 65

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 65

3 minuten leestijd

„GOD overstaan bespeurd.

waarbij

,

IS

ge

MEERDER DAN ONS HART!" niets

van

dien

innerlijken

6i Getuige

hebt

Gaandeweg wordt dit er voor een zondaar zelfs niet beter op. Toen hij een jong kind was, bloosde hij nog bij het minste kwaad. En dat blozen was iets kostelijks; want dat blozen komt daar vandaan

de innerlijke Getuige ons inwendig zoo sterk aande schok ervan zich aan ons hart meedeelt en uit ons hart het bloed naar het gelaat opdrijft. Maar op later leeftijd gebeurt dat zelden meer. De sterkte van het innerlijk gehoor neemt af. De gewoonte van zondigen maakt, dat we dien Getuige meestal niet meer hooren; evenals ge het tikken van een klok, die altoos in uw kamer staat, op het laatst niet meer opmerkt. Zoo komt er verergering van het kwaad ; verharding van het hart; verstomping van de conscientie; en eindelijk komen er van die schriklijke toestanden, waarvan de apostel zegt, dat het lijkt of de conscientie met een brandijzer toegeschroeid is. Dan getuigt de Getuige nog wel aldoor; want die getuigt in elk menschenkind bij elke levensbeweging; maar de verharde en aan zonde gewende zondaar hoort het niet meer. Ja, wat meer zegt, door het feitelijk bedrijven van zonde wordt op het oogenblik dat we zondigen de stem van dien Getuige bijna geheel voor ons gesmoord. Schriklijke zondaars, die in ontzettende misdaden gevallen zijn, hebben het meer dan eens betuigd, dat ze op bet oogenblik zelf niet de minste weet van hun zonde hadden geheel gewetenloos en zonder hinder hun misdaad bedreven, en dat daarna eerst, als de ontspanning op de overspanning volgde, de stem van den innerlijken Getuige weer schriklijk hoorbaar werd. dat

,

grijpt, dat

,

,

,

Toch komt er in dezen toestand een gansch wondere omkeering, God de Heilige Geest in de ziel dringt, haar tot zijn tempel kiest, en het „Abba, Vader!" aan de diepte des gemoeds ontlokt. Dan licht de Heilige Geest het cataract van het oog en spreekt zoodra

het Effatha tot het doove en verstompte oor der ziel, en opeens begint de geroepene met dusver ongekende kracht de stem van den innerlijken Getuige weer te hooren.

Doch nu

heel anders.

Nu

meer over

dit of dat maar nu over heel uw persoon bestaan heel uw aard en wezen en wonderbaar komt ge tot de vreeselijke overtuiging, dat ge niet maar zonde deedt, rnaar diep zondig en verzon digd tot in den wortel van uw wezen zijt, en niets dan zonde doen kunt; ddn zelfs als ge dacht goed te doen.

heel

niet

uw

,

,

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 65

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's