Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 23
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
23 Ik kom, geachte hoorders, aan het einde. De omstandigheden hebben er toe geleid dat
ik,
W2
jaar ge-
ben opgetreden als Minister
in een zeer moeilijken tijd, van Financiën. Het zou van deze plaats misschien niet voegzaam zijn, noch ook gevoel ik daaraan behoefte, in den breede uit te weiden over alles wat in dien tijd geschied is. Slechts zij mij de persoonlijke opmerking veroorloofd, dat ik de taak om het budgetair evenwicht te herstellen, alleen heb
leden,
omdat ik meende dat dit een logische consequentie houding bij de verkiezingen van 1922. onze van was Met grooten ernst hebben we toen gewezen op de gevaren die Land en Volk bedreigden, indien wij den weg van zoo menig ander land waren opgegaan. En toen die toestand stond in te treden, mocht de verantwoordelijkheid voor persoonlijke medewerking aan de oplossing ook niet worden afgewezen. Er zullen er ook onder ons wel zijn die de vragen, welke in het laatste jaar de aandacht vroegen, als van zuiver materieelen aard beschouwen en dus als onderwerpen van de tweede orde, wijl immers ons adagium altijd was: het geestelijke eerst, het stoffelijke
aanvaard,
daarna!
Maar ik vertrouw toch, dat de groote meerderheid onzer mannen en vrouwen niet aan beter inzicht gespeend zal zijn en het verstaan zal, dat met de oplossing van het materieele probleem, dat de aandacht vroeg, ook groote geestelijke belangen gediend werden; ja, sterker nog, dat de kracht tot oplossing van dat probleem juist uit ons geestelijk beginsel voortkwam. Thans is dan de taak tot herstel van het budgetair evenwicht dank zij den steun van meer dan één kant, doch inzonderheid van de zijde onzer eigen Kamerclub ontvangen nagenoeg vol-
—
—
bracht.
kon niet worden ten einde gebracht zonder dat hier en daar werd veroorzaakt. Ware er iemand anders geweest die haar had willen volbrengen, hoe gaarne had ik mijne plaats aan hem afgestaan! Zoo iemand heeft zich echter nimmer aangemeld, evenmin als de man die wist te zeggen hoe de arbeid, om een jaarlijksch tekort van meer dan 100 millioen gulden te doen verdwijnen, op andere wijze verricht had kunnen worden. De stelling mag daarom uitgesproken, dat het vermoeden gev/ettigd is, dat zulke mannen tot de denkbeeldige wezens behooren. Zij
pijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's