Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 260
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
36 die
niteit,
kan
betrekkelijk
zijn,
nooit anders dan beperkt en
van
niet anders
is,
Ook maar
een
dan
almachtig
God en
het
den meest absoluuten
in
zeggen: »Gij be-
tot eenig schepsel te
God, of althans
aan
hoeft u niet
zoodra
is,
Eeuwige Wezen sprake
vorm denkbaar.
vorm
aardschen
haar
in
niet volledig, te
onderwerpen",
een vernietiging van elk Godsbegrip. Ik vertrouw dan ook, dat
is
Ge als »goed Protestant" U Doch hiermee is de door ook reeds onneembaar derland
U
aangevochten
stelling
zoudt dus
Gij
dan
eigenlijk
Immers ook het volk van Ne-
ge\\'orden.
een schepsel Gods, en de Koning, die
is
eveneens.
God den Heere
dit
volk regeert,
zelven in zijn God-zijn,
Majesteit en in zijn Souvereiniteit moeten aanranden, zoo
in zijn
uw
hieraan niet waagt.
Ge
verzet volhieldt tegen mijn beweren, dat én onze koning én ons
volk gehouden
nu
sluit dit
om
dat de Koning
in zich,
op
zich
het
schijnt
Protestant
wil
Overheid die
Toch
ligt
onderwerping
volk daarom divingen moet,
wil
te
or
'-werpen; of dat
dwc
hiertoe
aan
hem
regeert", eenvoudig geen zir
gedachte
mag den
Vorst
hemelsbreed
beeldt u
in,
dat wij den
werping aan Gods wil
van
den
der
comcientie
Calvinist
te
'vinis-
Koning het
"jn
leer
dd
Het
kost
om
in
is
dan ook
blijk
onze gedachtenwereld in
te
uw landgenooten
te
door zoo vreemd tegenover slag toedicht, wat
we
Van diaang
in
onzen
stelreo-el
is
alleen
'^''
<.'
J'f^
in die conscientie
ons noch onze vaderen van nabij kent; dat het
moeite
'fi'-"
••
"
^-
•
dat wij den Koning gehou.
deswege
stellen.
''
recht toeken
dwingen; en de
^er
-
omgekeerde van wat C
juist,
is
wil en
deze gehoorzaamheid
zoodra
gehoorzamen,
niet
ingaat." Juist dus het
»De
:
7 van de
dr
tische sfeer, dat juist de Calvinist steeds staandt
Woord
aandoen?
oet
'jven
God
deze
zoo
Maar
te on.'.erwerpen.
Anders toch had
wanen.
te
niet
zijn
Gods
aan
wijs
allerlei
omgekeerd het volk den Koning Gij
God
zich volledig aan
zijn,
een grens voo. —ir. ^
^ r- noch
'
juist bestrijden.
onzen stelregel geen
van datgeen,
spr.ike.
Sprake
is
er in
waartoe én Vorst én volk elk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's