Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 140
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
DE MEIBOOM
12
toen,
nisten
toen van hen
;
uitgegaan
is
en welke grondzuil ze toen voor de
;
weeropbouwing van onzen immers, dan moet wel het Er was
niets.
er
één
ja,
antwoord
pijnlijk
die
wezen," maar Bilderdijk, die
werd op
hebben aangedragen.
volksstaat
't
boven
groeit weer, Holland bloeit weer, en
en
KAP.
de herbaring van ons land, voor het vrije volk wat invloed voor de nieuwe toekomst, die daagde,
bij
bestaan hebben
DE
IN
dit zijn
weer
zal
't
er uit
:
allen uitzong 't
En
Eenvoudig „Holland
:
oude Holland
volk toebad, stond alleen,
eenzame post door heel ons Calvinistisch volk
die
tot in zijn sterven toe alleen gelaten.
Men
ons
heeft
nageroepen, maar was len
werd
destijds
't
door
niet
't
smaadwoord van de „nachtschool" ten volle verdiend, want óf in schui-
Calvinisme heil gezocht, óf erger nog,
Toen
prijsgeven van eigen beginsel gesmoord.
't
om
hard
tegen Spanje ging en Alva ons den voet op den nek wilde toen,
ja,
heel
stond
ons
door
hard
zetten,
man
als één
in
't
onze vaderen verworven, roept
door
geloofsmoed
zijn
van Munster haalde
volk
Calvinistisch
Den roem nog landzaat en vreemdeling hun na. ling op leven en dood gold, had men toen
geweer.
alras
in
mannen der Fransche Revolutie het verwijt van
met de
heulen
het
later
Zoolang het een worstepal gestaan, en bleek
maar
onverwinlijk,
stemming
die dappere
niet,
men
de vrede
zelfs
de verslapping
van den geest trad terstond na de grootsche overspanning in, en ge behoeft slechts naast het Geuzenlied te leggen, wat Jacob Cats een
eeuw
zonken.
Het Gemeenebest
later zong,
en zooals de heeren volk
't
Owen
prediker
te
uit
En
te voelen,
liet
men
men
toen aan de Politieken over,
in zijn
voorts las
Schotland zond,
we weer
zaken op.
men saam liefst
om
in te
't
vrome
Potten, scheen
de gezelschappen, scherper
zijn
eigen
Maar van een nog leven en zich nog verder de beginselen, die tot in de 16e eeuw hetmarte-
hekelen.
ontwikkelen
in
laarsbloed hadden geheiligd, viel
uitgezonderd,
verdonkerd,
—
—
geen spoor meer
te
een enkele zeer kleine kring ontdekken.
's
Lands poorte klopte, sprak
van Keezen en van Patriotten, maar was uit
Het was alles
Toen men nog
ingeslapen, en in machteloosheid verzonken.
de Fransche slopkous aan Calvinist
hoe snel en diep
zouden wijzen, zoo zou immers
Zelf ging
prijzen.
levenspraestatie.
wat
't
om
tot
ons spraakgebruik verdwenen.
de naam toe zelfs van
Zóó
sterk, dat zelfs
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's