Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 133
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
Zeer geachte Heeren en Broederen!
Laat het u niet bevreemden, zoo
ik
voor ditmaal mijn openings-
oude dagen, heel ons land over, de juichkreet van onze bouwlieden was, als eindelijk dan toch de nok
woord vasti^noop aan wat
in
bouwen kap nu op de muren stond.
op het nieuw
te
ze voegden de daad
bij
en
toch riep
stam en tak schoot nieuw groen Lenteloof zag
dood
den
;
winter
al
lot.
't
gebracht
;
woud weer
uit
en
Het lenteloof pronkte,
het volk de triomf
weer van het leven op bangen druk, dien
het van zich afschudden van den
had
het bouwvolk, en
al
„Nu de Meiboom in de kap !" anders wel, wat die Meiboom oudtijds :
Althans na April liep het hout in
in dat
de
Dan
den uitroep
Gij herinnert u, of gist
beduidde. alle
was gekomen en de balken-
huis
een symbool van zegepraal na lange
spanning; een vreugdeteeken na geleden teleurstelling; de groenende
hoop voor de toekomst. Vandaar dat ze in de Meimaand zulk een weer uitloopend boomke uit het bosch haalden en overal Een voorzetten en overal aanbonden, bij wat hun liefde had.
Meiboomke vond de jonge dochter des morgens voor haar venster, in nachtelijke liefde daar door haar minnaar geplant. Voorden landsheer en schout gold het als teeken van eerbied, en schier nergens
ontbrak die Meiboom, waar
men eerbetoon
of toev/ijding bedoelde.
nu was het ook onder onze bouwlieden destijds zet en regel, om, als men met het nieuwe huis zóó ver was, dat het fundament in den grond lag, op dat fundament de muren stonden, en op die muren de binten in de kap waren gespannen,
En
eer te
men doen
langs
En
zoo
als
en dan werd de Meiboom
hooren,
naar boven
vrij
en
af,
was
sprak
dank en jubel
ladder en stellage
gedragen, en aan den kapbalk vastgebonden.
dan zoo de Meiboom
een dag kring,
het laatste loodje leggen ging, een toon van
in
de kap stond, kreeg
er één zingen
van de Mei
zich de zelfvoldoening en
in heel
al
het volk
den bouw-
dank van bouwheer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's