Gomer voor den Sabbath - pagina 40
„EEN STOFJE AAN DE WEEGSCHAAL."
36
leken en het stofje vliegt op de weegschaal, om er straks te worden afgeblazen. Het is niets, het weegt niets, het ielt voor niets. En dat minder dan niets, dat zijt gij, o kind des menschen,. voor uw God! En waarom moet dat onbeduidende, dat nietsbeteekenende dat verdwijnende van uw persoon voor uw God nu zoo aangrijpend
te
,
scherp geteekend? Och, waarom anders, dan omdat elk mensch in inbeelding des harten omwandelt, als ware hij de zon, en dat de maan en de sterren zich voor hem neerbogen, ja, als bestond zelfs God de Heere enkel om hem; om hem in den nood te hulpe te komen, en een hemel te verzekeren na zijn dood. De oude droom van Jozef; maar nu niet in wondere profetie, neen, maar uit de booze hoovaardij des harten, //è, ik en altoos ik. Die Dagon van het ik in ons eigen binnenste. Onze Diana der Efeziers, waarvoor heel de wereld haar wierook heeft te branden. En dus beter temoê, naarmate er meer lof en eere voor ons opstijgt. Dit nu is de leugen. De Vader der leugen heeft het ons ingefluisterd. Zoo is de Majesteit des Heeren voor ons verkleind en ver naar den horizont van ons leven weggedrongen; maar hoog en breed is de majesteit van ons eigen ik opgericht. Zooals Asaf het in Psalm 73 teekent: „De hoovaardij omringt den mensch als een keten, zijn tong wandelt op de aarde, en hij gaat de inbeeldingen des harten te boven." Hoor het in onze eeuw maar, hoe de mensch al meer het éen en alles wordt. „Ik geloof in den mensch" allengs het credo van ons geslacht begint te worden. Ja, zóo hoog de glans van het menschelijke gaat blinken, dat de luister van het Goddelijke er bij taant.
Dit nu is niet een omgehangen gewaad; maar het is een kwaad, dat uit uw eigen hart opklimt. Ge wandelt in de leugen. De wezenlijkheid, de werkelijkheid, de waarheid ziet ge niet meer. Alle verhoudingen zijn voor uw zielsbesef vervalscht geworden. En zooals gezichtsbedrog het kind doet denken dat hij niinstens tweemaal zoo groot als de zon is, zoo ook waant het nietig kind des stofs zich schier grooter dan zijn God te zijn. Tot de waarheid hem aangrijpt en de glans van de Majesteit ,
des Heeren over zijn in zijn
Pas
ziel
opgaat.
Dat Eeuwig Wezen onmetelijk en onbeschrijflijk heerlijkheden, en ik een stofje op de schaal.
En dan wordt
dit
nu
het:
toe
op
uw
leven, en ge loopt recht of ge waggelt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's