Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 75
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
21
aan hooger beginsel vast te klemmen. Alleen maar, geheel hun levenscomplex vormde voor hen nog geen eenheid. Ze gevoelden niet genoeg de strikte noodzakelijkheid, om hun strijd voor een verheffende arbeiderspositie één te maken met hun roeping voor hoogere belangen. Hun vroomheid liep gevaar, geheel los naast hun arbeidersworsteling te komen staan, en men slaagde er niet genoeg in, de arbeidsbelangen met de heilige belangen tot één samenhangend geheel ineen te schroeven, en dacht daarom zoo vaak dat men er reeds was, toen nog pas het eerste spoor voor de nieuwe levensactie gelegd was. Er kwam een dualisme op, waar alleen in monisme kracht school. Vroomheid, en dan daarnaast de verheffing als arbeider, moesten niet twee idealen zijn, die nevens elkander stonden, maar moesten beiden in eenheid opgelost. Huiselijke, sociale, en politieke levenskracht moest het opbruischen van het levenswater uit éénzelfde fontein zijn. Zoo leerde Gods Woord het, zoo had C a 1 v ij n het ons bezworen, zoo hadden Groen en Elout het ons op 't hart gebonden. Het belang alleen mocht ons niet tot leiddraad zijn, de eere Gods, de toekomst van volk en vaderland, de hoogere geestelijke ontwikkeling, het moest al in krachtige eenheid voor ons treden. Vandaar de dringende noodzakelijkheid, dat onze politieke organisatie het sociale leven niet glippen liet, maar dan ook omgekeerd, dat het sociale leven zich niet zorgeloos aan de politieke worsteling onttrok. Zoodra ook de sociale ontwikkeling genoegzaam gevorderd was, om organisch optetreden en met de politieke organisatie accoord te zoeken, was het oogenblik voor beiden gekomen, om op onderling overleg uittegaan; en daar dit oogenblik thans metterdaad is, kan het niet anders of op de vraag Wat na ? :
maal
geen
ander
antwoord gegeven worden, dan
gekomen kon ditdat,
na
afdoening van het Onderwijsgeding, het sociale arbeidersbelang zich thans vanzelf aanbood, om in harmonie te worden gebracht met onze Antirevolutionaire politiek. Als Minister had ik gemeend, dat reeds in den aanvang dezer eeuw de ure hiervoor sloeg. Daarom nam ik het leerlingwezen in mijn wetsvoorstel op. Voor de vakonderwijzers zocht ik een eigen generale school te Haarlem te stichten. Van het verzekeringswezen nam ik niet slechts
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's