Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 119

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 119

[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper

3 minuten leestijd

15

hun predikten, oversloegen, in onze Zeven Provinciën ging dit nog te gereeder toe. Bij ons toch had van meetaf de splitsing van onze erve in op zich-zelf liggende en scherp ingedijkte polders, schier alle eenheidsbesef doen te loor gaan. Het kreeg er hier almeer van, alsof een ieder persoonlijk zich-zelf leefde. Een trek in ons volkskarakter, die voorzeker het huislijk leven sterk ontwikkeld heeft, maar den band die alle gezinnen tot één volk saam moest binden, zoo bedenkelijk verzwakt, zoo niet losgerafeld had. Nederland is het bijna eenige land van hooge cultuur, waar het huizen in kleine woningen en voor eik gezin apart, tot regel werd. Bij al onze buren, in Engeland, in Frankrijk en in Duitschland, leven drie, vier gezinnen, op onderscheiden verdiepingen, zij 't al binnen dezelfde vier wanden saam. Doch ónze zucht om op ons zelf te staan, en eeniglijk in eigen gezin te genieten, sloot zulks ten onzent almeer uit. De drang, de aandrang van het individualisme kende tenslotte onder ons geen grenzen meer. Zoo was het voor schier een ieder in het kiezen van zijn woning, zoo was het in de keuze van bedrijf en handel, en zoo nu was het ook op Staatkundig erf. Niets heeft, zoodra de Heere den nood ook maar ter halve wege van ons nam, de kracht van ons Staatsbewind vaak zoo onbarmhartig gebroken, als de verdeeldheid der Staten, op haar beurt opkomend uit de verdeeldheid der steden, dit getwist opborrelend uit de verdeeldheid der leidende familiën, en in deze familiën dan nog verergerd door wat soms twee, drie geslachten terug, den man en zijn buurman in veete had gelokt. Dit deerde nu niet, zoolang de nood aan den man was, en een ieder als vanzelf om steun en hulp naar zijn naaste uitzag. Maar zóó ging de dageraad der nationale vrijmaking niet over onze erve op, of de versplintering van wat voor korte wijle nog één was, bleek niet meer tegen te houden. Wat kerkelijk en wat politiek was, schoof steeds verder van elkander af. Van het Calvinisme sprak men reeds tijdens den vrede van Utrecht nauwelijks meer. Het was al ondergegaan en schier vergeten. Het is zoo, dogmatisch, ja, hield men nog lange jaren aan de Godgeleerdheid der vaderen vast, en ook in 't huislijk en maatschappelijk leven hield men de traditiën onzer vaderen nog tot diep in de 18^ eeuw in eere. Maar in po/iYreken zin had men met het Calvinisme ten onzent, naar 't scheen, onherroepelijk gebroken. Vele waren onze rechtsgeleerden, maar geen jurist als hoogleeraar dacht er ook maar aan, om nogvolutie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's

Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 119

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's