Onnauwkeurig? Aan "Het vaderland" in zake Mr. W.H. de Beaufort's verweerschrift - pagina 54
50 anderer
maar
of oordeel,
Inzicht
bdeiden moet naar eigen helder
alle zaak-
inzicht en persoonlijke overtuig ing."
Nu
voelt
dat
a,l«
1625
de
iedei';
lioe
reeds
door
mij aangeprezen
nisten
in
haar
in
Df Beaufort met de stukken aanwijs,
ik Mr.
geheel e Theologische
opnam.
Synopnis
te
Leiden
liet
Calvi-
De Beaufort erger dan een
Mr.
„onnauwkeurigheid" begaat, door aan stelsel
faciiUeit
gemeen goed der toenmalige
stelsel als
zijn lezers te vertellen,
dat
dit
en dat nog wel blijkens mijn aanhalingen „reeds min of meer
ontwikkeld was door een achttiende-eeuwschen hoogleeraar'". Uit mijn aanhalingen bleek heel
ken zelven, dat
aan
algemeen bekende
Wie
werd.
dit
der
dank
woord
staan.
hetgeen
komen
U ik
faculteit te Leiden, als het
Calvinisten,
gehuldigd en verdedigd
tijd niet.
R. spoedt mijn taak ten einde.
dan, zoodra
van den
tijd
KStaat
daarom
tot
de
gaan; maar
in te
dat ik
waarmee
Grij
met „Het
aan uwe aandacht
eer had
voldoende, en ik
Kerk
dit
van een vlugschrift geschieden.
voor het geduld,
Voor het geding, de
Niets zal mij
hiervoor beschikbaar komt, nader op
niet binnen de beperkte ruimte
Ik
is
zijn,
verhouding
kan
Theologische
de
stelsel
En hiermee, M. de de
met de stuk-
ontkent, begrijpt de beteekenis van deze Sgnopsis in
den toenmahgen
aangenamer
anders; bleek namelijk
reeds kort na de opkomst onzer Bejni.bliek door
dit stelsel
hoogleeraren
alle
iets
maak daarom van
te
Uw
mij wildet te
Vaderland'* heb,
onderwerpen,
vol-
beleefdheid niet lan-
ger misbruik. Gij
schrift in
hadt den indruk ontvangen, dat Mr. De Beaufort's verweerals
polemisch stuk omveerlegbaar was, en keurdet het daarom
De Standaard Zóóver gingt
af,
dat haar redactie dit niet gulweg erkende.
Gij zelfs,
dat ik op den aanval
van mijn stilzwijgen daaraan toe van Mr. De Beaufort
Toone deze
anticritiek U,
En
ik
al
had
wat
hier
te schrijven,
niets iristte anfiroordrn.
van aan
•
zij.
aanvankelijk geen ander voornemen, dan beleetd-
heidshalve aan mijn geachten tegenstander het laaiste ivoord te laten,
toch ontveins ik mij haalde, mij
niet,
van achteren
dat in
uw
scherp woord, dat mij uit mijn hoek
zooverre niet onwelkom
is,
als het mij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 60 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 60 Pagina's