Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 121

2 minuten leestijd

„GIJ LEGT MIJ IN

waarmee

ze

voor een

tijd.

leven

uit

HET STOF DES DOODS

God konden

"

II7

!

indrinken, bloeiden ze slechts

maar aan den ceder, die met zijn diepe wortels zoo wezen tegen de geplukte bloem overslaat. Bij hem soms minder geur en minder fleur, maar een wortel, die diep indringt, en daarom den ceder de jaren verduren doet, Zie het degelijk in

ja, tot een beeld

van het eeuwige maakt.

En zoo nu is Gods echte kind. Ook voor eeuwen, ja, voor eeuwig; waarmee hij in God wortelt. Zij

alleen

om

dien

wortel,

het zoo ook u!

VIJF-EN-TWINTIGSTE ZONDAG.

,QIJ

LEGT MIJ IN HET STOP DES DOODS!' Mijne kracht is verdroogd als eene potscherf en mijne tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods. 16. Psalm 22 :

Eens, toen er nog geen mensch bestond, lag er op deze aarde doode stof. En van die stof greep Gods almogendheid een handvolle en nog een handvolle, en vormde er een menschelijke gestalte, met been en spier, met bloed en zenuw, uit. Altegader wijsheid, kracht, schoonheid, die Hij in die doode stof inschiep. En toen dit menschelijk lichaam gereed lag, schiep diewaarop het lichaam was aangelegd. En zelfde God er de ziel in zoo verrees die door Gods almacht wonderkunstig bewerkte stofklomp, en wat daar in het Paradijs stond en voor het eerst omzag en waarnam en luisterde, was de door God geschapen mensch. Zoo was die mensch niets dan stof, met bijvoeging van de wijsheid en de almacht Gods, die scheppend op die stof gewerkt had. Zoolang diezelfde almacht hem in dat stof hield en behield, bleef hij dus. Maar liet God hem los, of ging hij van zijn God af, wat wierd er dan anders van hem dan nogmaals stof? ziellooze

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's