Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 242
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
i8
waarin Gij onze Deputatenvergadering hekeldet, en herlees eens wat daar, onder
op
blz.
uw
eigen redactioneele auspiciën, de heer Mr. S. Muller Fz.
over de aantrekkelijkheid van de
525
Roomsche Kerk
in
de Middeleeuwen schreef:
»De kerk voor de
zelve werkte daartoe trouwens
die
offers,
zij
brachten.
Zeker,
mede: zij beloonde hare zonen evenmin als de middeleeuwen
zelven wenschen wij de onbeperkte heerschappij der katholieke kerk terug. Maar het is billijk op te merken, hoeveel sterker zij hare zonen aan zich wist te verbinden dan onze tegenwoordige vorm van godsvereering. De middeleeuwsche kerk bracht haren leden binnen de wanden van het door hen zelven gestichte kerkgebouw niet alleen de troost van den godsdienst en de belofte der eeuwige zaligheid, maar zij maakte hen ook bekend met
den dienst van het schoone. Zij schonk aan hare zonen een tehuis, waarzij misschien meer gehecht waren dan aan de muren hunner ellendige middeleeuwsche verblijven; zij vervrolijkte hun bestaan, zoo vol ontberingen en nooden, door den luister harer hoogtijden, de schittering harer optochten en feesten. O, père Hyacinthe heeft het zoo goed gezegd: »De rijken, aan
kunnen zich vergenoegen met eene nederige kapel, maar het volk moet kathedralen hebben. Het moet openbare feesten hebben, zooals voor de vorsten der aarde niet worden aangericht, zooals alleen de godsdienst vermag te scheppen. Het moet telkenmale getrokken worden in eene omgeving, waarin het zijne eigene grootheid leert beseffen." ') die in paleizen wonen,
Och, Gijlieden
zijt niet
zoo tegen de Roomschen.
Als de keus
Roomsch Kamercandidaat staat, kiezen de liberalen in de sectiën der Kamer commissiën schier altoos den Roomsche. Toen in Hoorn op
tusschen een antirevolutionair-Protestantsch en een lid
of
en
in
28 Mei herstemd moest worden tusschen een Antirevolutionair en een
Roomsche, bleef elke poging
Heusden candidaat
Spaar
ging
men zóó
ver
uit
om den Roomsche te weren. En
van
zelfs
openlijk den
dus
de moeite,
Ge hebt de Roomschen staat,
tegen ons
»J
Roomschen
tcgoi den Antirevolutionairen Protestant aan te bevelen.
om
ons, Antirevolutionairen,
aan de duivenonnoozelheid uwer geestverwanten
schoon
in
liever
te
dan Ge ons hebt
;
op
dit
punt
doen gelooven.
maar
als
de kans
speelt het Liberalisme niet ongaarne het Aiitipapisnie
uit.
Gids, Juni 1SS9, p. 525.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's