Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 86
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
Willem
van Oranje op de Edelen uit zijn dagen gevestigd, en hoe jammerlijk liep 't toch niet al op bittere teleurstelling uit, tot tenleste alleen de „kleyne luyden" hem getrouw bleven, schier enkel kleyne luyden, niet dan door zeer enkelen uit de mannen van naam gerugsteund. Zoo was het toen, zoo is het nu, en zóó en niet anders zal het in de toekomst blijven. Wees niet Christus zelf reeds op den afval, waartoe Mammon straks verlokken zou, en waarschuwde niet de groote Apostel ons, dat tenslotte niet wat groot en machtig is naar de wereld, maar alleen 't geen niets is, trouw aan de zake Gods zou blijven ? i zoo juist en zoo 1 e m 't Woord was daarom door Prins bezielend gekozen, toen ook hij het, na veel worsteling, tenNiet wat machtig is naar de wereld, maar alleen slotte uitriep wat schuilt onder de kleyne luyden heft met mij de banier omhoog voor de eere onzes Gods. Natuurlijk, uitzonderingen
W
1
:
Willem
zelf was er het type van. sloot dit niet buiten. Prins we zelven was en bleef historisch symbool.
Marnix later in Groen
Wat
en
bezaten, was een gifte van Gods het toen, zoo was het steeds, zoo
Elout
barmhartigheid. Zoo was Steeds flonkerden er. aan onzen donkeren hemel is 't nog. enkele starren van eerste grootte maar dan waren het ook mannen hierin vooral groot, dat ze zichzelf verdwijnen lieten, om Gods volk in eere vooraan te laten treden. Deze enkele edelen bedoelden dan ook nooit zichzelf en kenden nooit eenige andere roeping, dan om Gods volk met het schild van hun kunde te dekken. Vandaar de bezielde liefde die Gods volk hun toedroeg. Van een egoïstisch conflict was hierbij nimmer sprake. En ;
welk een spanning ook soms opkwam,
vond men
elkaar steeds weder.
De
in
geheihgde harmonie
tegenstelling
met wat
in het
Liberale land voorviel, was zoo sprekend. Onder hen, die de beginselen van 1 789 waren toegedaan, gingen steeds de grooten naar de wereld, de geweldigen der aarde, de machtigen en wijzen en edelen voorop, en de kleyne luyden hadden slechts te volgen en dit kon onder hen, omdat er in het Liberale kamp op politiek gebied met geen God gerekend werd. Onder ons daarentegen viel die aardsche tegenstelling vanzelf weg. Het ging onder ons niet om de suprematie van wat aardsch ;
groot, over
wat aardsch
beheerschende
maar eeniglijk om de allesde Almachtige zou worden
klein was,
levensvraag,
of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's