Gomer voor den sabbath - pagina 248
TWEE-EN-VEERTIGSTE ZONDAG.
»IN
EEUWIGHEID NIET DOKSTEN."
Maar zoo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien
zal
maar het zal
in
water,
in
eeuwigheid
water, dat Ik
hem worden springende
eene
tot
dorsten;
niet
hem in
zal geven,
fontein
Joh 4
leven.
van
het eeuwige :
14.
Het water is in zijn kabbelen en perelen, in zijn wellen en vloeien, in zijn schuimen en bruisen een der schoonste stukken uit de schepping onzes Gods. In alle vormen voegt het zich. Als damp wordt het vervluchtigd; straks tot sneeuw en hagel, tot rijm en ijs verhard.
Het
besproeit
het
kring,
der
den
draagt
visschen,
den akker; de
het
scheepkens,
het reinigt
verfrischt
het
den damp-
omsluit
wat bezoedeld
is;
het
het
heir
lescht
dorst.
Dat wondere water, dat oor en oog en tong gelijkewant weldadig aandoet, het kan vi'eeslijk worden als de golven worden opgestuwd, schrikt de schepeling en als het breekt door dam en dijk, vernielt het hoeve en akker maar in zijn aard is het water zegenend, reinigend, benedijend. In ons lage land, waar schier alles water is, waardeert ge dien wonderen rijkdom niet zoo; maar in o,
lijk
;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's