Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 228
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
Uw
in
zin
meest
van
van
kampement een
eigen
tijdige
heel ander leven bracht,
hoog genoeg moeten
mannen
liet
;///
uw ingehouden
staan,
volk,
niet
om
door het schuinsche lachje
uw
aan den lachlust van
ironie
had uw onpar-
zulk een samenkomst,
6"/c/^'-publiek
ten buit te leveren.
Het
zoo, de Deputatenvergadcring
is
uw
is
Liberale Unie
Eer vormen beide vergaderingen een scherp contrast.
wat er
leerdheid
U
Bij
niet. al ge-
een landjuweel van enkel meesters en
schittert;
doctoren; altegader hooge personaadjes en lieden van aanzien.
daartegenover op onze Deputatenvergadcring óók,
op
geplaatsten
maatschappelijke
de
ladder,
van Prins Willem waren het platteland gesierd.
ooit
;
En
waaruit
Gijzelf
geleerdheid, waaronder Gij een
maakt met deze
vroolijk
;
»
sproot,
naam met
de kleyne luyden"
>
uit
onze steden en van
met acte noch diploma
men onder de
vat ik nu uitnemend, hoe
al
geslachten,
zienlijke
;
ploegers meer dan penvoerders
En
enkele hooger
maar toch de groote
menigte der opgekomenen niets dan mannen zooals
eenvoudige burgers
ja,
en
in
aan-
de kringen der
eere verwierft, zich soms
kinderen des volks", en het onhebbelijk
beeld, dat in zijn spottenden geest oprees, tamelijk juist geboetseerd
vindt in de ezelskoppen op menschenskeletten, waarin de teekenaar
van Uylenspiegel
zijn
vindingrijkheid tentoonstelt,
denkend en nadenkend
als
of het
profijtelijk
is,
dat
publicist Gij
—
toch wil ik
U
gevraagd hebben, of het vroed,
met uw machtig
schild,
zij
het ook
slechts zijdelings, zulk een laatdunkendheid dekt. Gij
weet toch zeer wel, dat allerminst
uw
Antirevolutionaire mede-
burgers de beteekenis der hoogere standen miskennen. feit
is
onloochenbaar, dat ze onveranderlijk aan een
naam, mits
zijn
Immers het
man vanhoogen
geest niet tegen den Geest van Christus inga,
bij
de
stembus voorkeur geven. En overmits nu de aanzienlijken en geleer-
den toch
niet al het volk zijn,
vergadcring, dat
zij
is
^zV juist de glorie onzer Deputaten-
ons het nationale \Qvcn
vertoont, en wat hoog en wat laag
saam
in
«/ zijn schakeeringen
in broederlijken
zoen weet
brengen.
te
Vooral zin der
leeft,
speet
mij
opgekomenen.
uw
ongunstig vermoeden tegen den eerlijken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's