Gomer voor den Sabbath - pagina 197
„DES SPOTS VEEL TE ZAT.
I93
ernstig voor: Ik zal een wacht voor mijn lippen ze tien. Een tijdlang gaat het dan ook. En soms is het prachtig om te zien , hoe het vrome volk keer op keer genade ontvangt , om kalm en stil en lijdzaam te blijven; en telkens den giftigen pijl weer uit de wonde trekt, niet om dien terug te schieten op hem, die hem wierp maar om hem te blusschen in de wateren des heils. Maar als het lang duurt, dan wordt het gevaarlijk. Als de spotter ons rjisteloos achtervolgt, en altoos nieuwe, in gif gedoopte pijlen
neemt het zich zeer
,
in
koker gereed
zijn
heeft.
Als
er
geen eind aan komt.
En we
dat onze lijdzaamheid hem prikkelt, om altoos dieper met zijn spot te wonden. Ja, dan waakt de korzelheid op; de nieren worden in u ontstoken; en zoo God ons niet hield, zouden we dan pijl tegen pijl willen inwerpen. Zoo zijn we des spots dan veel te zat. zien,
En dan moet
er ook iets gebeuren. Dat kan de ziel zoo niet dragen. Tegen die zonde van het woord in den spot moet dan ook onzerzijds met het wapen van het wöörü? gestreden. De vraag is maar, met welk wapen van uw woord? En dan hebt ge de keus. Dan kunt ook gij doen wat uw hater doet, en uw woord tot een giftige pijl toespitsen, of wel, ge kunt uw woord adelen en bezielen tot een klank des gebeds. En wie nu goed staat, die voorkomt dan de verzoeking om terug te schimpen en gaat bidden. Het gebed, dat is voor hém het wapen van het woord, gelijk de spot het wapen des woords is voor wie een hater van God en ,
zijn
volk
is.
En dan
heet het: „Wees ons genadig, o Heere 1 wees ons genadig ^ zijn der verachting veel te zat. Onze ziel is veel te zat ^' des spots der lueelderigen, der verachting der hoovaardigen f
want wij
Wel
u, zoo het daartoe, als ge tegenover den spotter staat,
bij
u komen mag.
Want
als het op schimpen gaat, is hij uw meester, uw meerdere machtig. Spotten kan hij onvergelijkelijk beter dan gij. Maar bidden.^ dat kan hij op zijn beurt niet. Dat is het wapen, waarin gij meerder oefening hebt. Als het op dat wapen aankomt
u
te
zijt
gij
zijn meester.
En dan
overwint ge, niet omdat ge onaandoenlijk wordt, of u aan den spot went; maar omdat hij u met zijn spot geen enkele wonde kan vlijmen, of op hetzelfde oogenblik wordt door uw Vader, die in de hemelen is, balsem in deze uw wonde gedruppeld. Ja, meer nog! Gelijk de storm en het onweder de natuur verfrisschen en koorts ,
13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's