Gomer voor den sabbath - pagina 166
VIJF-EN-TWINTIGSTE ZONDAG.
>GIJ
LEGT MIJ IN HET STOF DES DOODS !"
Mijne kracht
is
verdroogd
als
eene
potscherf en mijne tong kleeft aan mijn gehemelte en Gij legt mij in het stof des doods.;
Psalm 22
:
16.
Eens, toen er nog geen mensch bestond, lag er op deze aarde ziellooze doode stof. En van die stof greep Gods almogendheid een handvolle en nog een handvolle, en vormde er een menschelijke gestalte, met been en spier, met bloed en zenuw, uit. Altegader wijsheid, kracht, schoonheid, die Hij in die doode stof inschiep. En toen dit menschelijk lichaam gereed lag, schiep diezelfde God er de ziel in^ waarop het lichaam was aangelegd. En zoo verrees die door Gods almacht wonderkunstig bewerkte stof klomp, en wat daar in het Paradijs stond en voor het eerst omzag en waarnam en luisterde, was de door God
geschapen mensch. Zoo Avas die mensch niets dan stof^ met bijvoeging van de wijsheid en de almacht GodS;, die scheppend op die stof gewerkt had. Zoolang diezelfde almacht hem in dat stof hield en behield,
bleef
hij
van zijn God nogmaals stof?
dus. af,
Maar
wat wierd
liet
er
God hem
los,
of ging
hij
dan anders van hem dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's