Gomer voor den sabbath - pagina 294
EEN-EN-VIJFTIGSTE ZONDAG.
>>DE
ONVERWELKELIJKE KROON/'
En
de overste Herder verschenen zoo zult gij de onverwelkelyke kroon der heerlijkheid behalen. zal
als
zijn,
(I Petr.
5
4).
:
Een wondere taal spreekt ons in Gods schepping toe. In het Paradijs moet dat nog veel heerlijker geweest zijn. Heel Gods schepping gaf toen éen sprake van Gods macht en glorie, en de mensch in het Paradijs was met een oog en oor begaafd, om er dat lied der eere uit op te vangen en te verstaan. Maar al zonk het leven der natuur, sinds om de zonde ook over haar het floers van den vloek wierd gespreid, toch geeft ook zoo die schepping ons nog een kostelijke sprake^ die ons een spiegel van het hemelsche is. Zie het plantenrijk.
Hoe varen.
laag vangt het niet aan.
Als de wind
Een mos, een
er over gaat, verdord;
als
gras, een de zon ze
reeds meerder. De heieen kiem en een stengel en twijg. Straks groent aan die twijg het loover. Slank en En eindelijk vindt heel statig verheft de palmboom zich. treft,
verzengd.
struik
geeft
Maar
ginds
haar tinten.
tiert
Er
is
het plantenrijk zijn heerlijkheid in bloesem en bloem
Van
die
tengere
grasspriet
tot
!
de prachtige, geurende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's