E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 549
Derde deel
;
ZOND.
gevaar nu
Dit
oogen
ontstaat
om
neiging hebt,
Gods neder
dat ge
u den levenden God na
gestalte
daardoor,
u den eenigen waren God
te stellen;
nu deze
XXXV. HOOFDSTUK
in zekere gestalte te
kwaad en
zettende
dat
verbiedt het
verklaart
eenig
of
kenis,
u
Hij
beeld
denken; en
als'
nu kon u geoorloofd en onschuldig toeschijnen
en daarom juist waarschuwt God u in
toon,
uwe zondige natuur een
in een beeld of gelijkenis voor
en u voor die nabootsing van de gestalte
te bootsen,
te buigen. Dit
in
551
I.
:
u.
dit
Tweede Gebod tegen
Ja vei'biedt u
dit
ont-
dit
/
kwaad op zoo hoogen
,,Wie Mij onder eenige gestalte, eenige gelij-
aanbidt, eert Mij
niet,
maar haat Mij
dat haten van mijn Goddelijk Wezen, keer Ik Mij
;
en
tegen
met zulk een energie
van mijn heiligen toorn, dat Ik de zonde der vaderen nog bezoek aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht dergenen die Mij haten,"
Immers de Heere
een
is
ijverig
God,
w.
d.
z.
een God van heilige
ja-
loerschheid.
Ge moet niet
dus,
om
aan de kunst, niet aan de afgodsbeelden, en ook niet aan de
beelden
denken;
te
maar
uw
uitsluitend al
heiligen-
gedachten saamtrekken
,
op
ééne punt, dat ge geen gelijkenis of beeld voor u moogt hebben, waar-
dit
door
Wat
u den levenden God in zekere gestalte zoudt voorstellen.
ge
verboden werd
hier
wat Aaron
is
de woestijn
in
deed, en
beam, de zoon van Nebat, deed na hem. Dat gouden kalf
was geen te
beginnen met
dat Tvreede Gebod te leeren verstaan,
afgod.
Xoch Ailron noch eenig te
eeren
alleen
;
te voeren.
maar
Jero-"^'
woestijn
in de
dacht er aan, .Jehovah
Israëliet,
verloochenen en een soort Baiilsdienst in
den wel terdege Jehovah
wat
>
Neen, ze bedoel-
ze wilden
Hem
dienen
onder een symbool. Dat kalf moest een jongen stier voorstellen. Die jonge stier
was zinnebeeld van de indrukwekkende natuurkracht. En zoo zagen
ze in dien
jongen
stier, die in
van den levenden God,
En
natuur.
toen
goud hun tegenblonk, een zekere gestalte
als uitdrukking
van
zijn
nogmaals zulk een klein gouden
stiertje
op een zuil te
opgericht werd, lag het ook in zijn bedoeling
vah vaarwel
was
maar
te zeggen,
andere wijze, dan
men
om
Jehovah
te
Dan en
te
stiertje,
Bethel
den dienst van Jeho-
gaan vereeren
079
een
deze eigendunkigheid
weinig een onbeduidende zaak, dat Hij,
van het gouden
dienst
alleen
niet,
Jeruzalem deed. En toch,
te
Gods oog zoo
in
onmetelijke werking in de
na Salomo, door Jerobeam, den zoon van Nebat,
later,
om
dien
heel Israël in de woestijn verwierp, en
voorts in het Boek der Koningen gedurig spreekt van de booze koningen, die Israël zondigen deden „met de zonde van Jerobeam, den zoon van
Nebat." Calvijn
zegd
:
.,
heeft
Nadat
in
het dan het
ook zeer
Eerste
juist ingezien,
Gebod ons bevolen
en volkomen goed geis
alleen
den eenigen
"^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's