E voto Dordraceno - pagina 454
ZONDAG
442
XVI.
HOOFDSTUK
III.
Een antwoord even schoon als juist. Er is namelijk in den dood velerlei in, en tot den vollen inhoud van den dood behoort ook ons tijdelijk sterven; datgene wat we het sterven zonder meer, het verscheiden van deze aarde noemen. Deze tijdelijke dood dood
is
lang niet
al
de dood, niet de heele dood.
Neen,
o,
in
den vollen
dood is er maar een klein stukske van. Alaar hoe klein stukske ook, het is dan toch een deel van den in het paradijs gedreigden vollen, eeuwigen dood. zit veel,
Zoo komt
veel
meer
in.
En deze
tijdelijke
het dat ons tijdelijk sterven tweeërlei in zich sluit. Vooreerst
de breking met het aardsche bestaan dat we hier gehad hebben. En ten andere een ontzaglijke verschrikking die van den toorn Gods in den dood en
graf ons overkomt. nu Christus borgtochtelijk voor ons droeg,
in het
Wat
die vreeselijke verschrikking,
is
dat bange oordeel,
is is
Gods, is kankerende vloek
die toorn
die
den dood en in het graf zich op den zondaar werpt. En daardoor komt het dan nu, dat voor een kind van God en een verloste des Heeren dat bange van den dood en dat gruwzame van het graf af is, en er voor een verkorene en geborene ten leven geen zweem, geen schijnsel van die in
dood of graf overblijft, maar dat hij integendeel verre den dood en het graf toeroept: o, Dood, waar is van nu reeds uw prikkel, o, graf, waar is uw overwinning! Maar nu was de dood, gelijk we zagen, nóg iets. Behalve deze vreeslijke betaling voor de zonde, die er bij den Christus geheel af is, was de dood ook het breken met dit aardsche bestaan, om over te gaan in een hemelsch schrik of afgrijzen in
aanzijn.
En hoe zou dit nu ooit door den borgtocht van Jezus van ons genomen zijn ? Ware dit zoo, dan zou óf ons aanzijn hier eeuwig óf elks heengaan een hemelvaart moeten zijn. En zeker dit laatste kon. Niet door een eenvoudig opgenomen worden ten hemel; want dit lichaam der zonde" ,,
zou ons in den hemel hinderen en ons in voortdurend contact met de zonde doen blijven. En als er dan ook door den heiligen apostel van gesproken wordt, dat bij Jezus' wederkomst enkelen, die dan leven, zonder sterven zullen ingaan, staat er wel uitdrukkelijk bij, dat ze onder de hand plotseling zullen veranderd worden. En als Paulus in 2 Cor. V voor zijn eigen persoon dieper in deze zaak indringt, spreekt hij wel terdege van een ontkleed en overkleed worden.
Op
zichzelve ware dit dus denkbaar geweest,
maar alzoo
is
niet
Gods
welbehagen. Hij wilde dat de afsnijding van het lichaam des doods nog in het sterven zelf zou plaats hebben, en dat op deze wijs eiken dag en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's