E voto Dordraceno - pagina 78
ZONDAG
66
HOOFDSTUK
IV.
II.
geen afdingen. Niets minder dan vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der Wet, dat hij dat doe! Niet Rechter zijn, ware de zedelijke wereld prijsgeven; in de zedelijke wereldorde
de
niet
handhaven; en dus
opperheerschappij
feitelijk
de
zedelijke levenssfeer in schriklijke onzedelijkheid zichzelf laten vernietigen.
En daarom met wel Rechter
te
handhaaft de Heere niet slechts
zijn
iets
voor zichzelven, maar ook, en niet minder voor ons zedelijk karakter.
Met een God
die
niet
als
Rechter
zonk het
zat,
menschelijk
creatuur
opeens naar dierlijken stand.
Op
waarop onderscheid bestaat tusschen twee tegenover
terrein
elk
elkaar staande dingen, komt dit „rechter zijn" dan ook feitelijk vanzelf op.
nu eenmaal tegenover waarheid, en daarom kunt ge niet hooren van iets, dat ge weet leugen te zijn, of ook gij wordt rechter in uw hart en zegt bij uzelven: „Die man liegt." Schoon staat tegenover leelijk, en daarom kunt gij geen helderen starrenhemel aanzien zonder te oordeelen: „Dit is prachtig." En ge kunt evenmin een liederlijke dronkaards-
Leugen
staat
tronie aanzien, zonder te oordeelen:
oordeelen doen
we aan Is
dit
dit
we
„Dat
vanzelf, en zoodra er
is
afschuwelijk." Dat rechterlijk
nu maar macht
bij
komt, geven
oordeel gevolg.
nu reeds zoo
bij
ons zondige menschen, wier besef zoo zwak,
en wier oordeel zoo wrak en wier macht zoo nietig
is,
hoe ontzettend
moet dan wel niet de onmiddellijkheid zijn, waarmee de heilige Heere, als met den polsslag van zijn eigen leven, deze inbreuk op het goede en edele en fijne en heilige en ware voelt, en hoe onwederstandelijk niet de alles voor zich uit stuwende Almachtigheid, waarmee Hij tegen dit kwaad ingaat en niet rust eer het doorboord is in het pit
veel doordringender
van
zijn onheilige kern!
Lijdelijk aanzien;
het laten geworden; en het laten uitzieken,
God moet
volstrekt onmogelijk.
God
Hij
Rechter
Schuld,
in
val in zonde in
goeden
was
teedere liefde
zijn
Hij
kan
alzoo
is
niet anders,
dewijl
is.
Hieruit nu ontstaat de schuld,
schuldig.
zijn.
En
geweest.
als
En
en
uit
die schuld
zin, ontstaat niet eerst
ontspringt de straf.
door de zonde.
Adams schuld aan God, dat hij aan zijn God zou wijden. Dit was het
hij
Ook vóór den
heel zijn aanzijn hij
aan
zijn
God
deze schuld nu maar gekweten had, zou alles wel
eerst
door
wierd Adam, en elk mensch
dit in
niet
kwijten van
zijn
en door hem, voor
schuld aan
God
in
kwaden
God zin
schuldig.
Dat
ik
iemand
iets
betalen moet,
is
op
zichzelf
volstrekt
niet
iets
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's