E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 160
Derde deel
162
ZOND.
XXIX. HOOFDSTUK
VI.
ZESDE HOOFDSTUK. Doende het brood
voortkomen en den
uit de aarde
wijn die het hart des n^enschen verheugt. Ps. 104: 14, 15.
Elke voorstelling alsof de Christus op magische wijze heerlijkt
lichaam
ons lichaam overbracht,
in
elk denkbeeld, alsof
het heilig
bij
Avondmaal
is
iets uit zijn ver-
alzoo afgesneden tevens
iets
anders over onze lippen
ging dan gewoon brood en natuurlijke wijn. In dat brood en in dien wijn schuilen geen geheimzinnige krachten, en hetgeen aan den heiligen Disch
mond
onzen
tot
ingaat,
brengt als zoodanig
niets toe
aan onze
van het brood en het drinken van den wijn behoort
eten
maar
acte;
lische
is
ziel.
tot de
Het
symbo-
op zichzelf zoo weinig voertuig van de geestelijke
genade, dat een zwaar gewonde,
die,
door verminking aan den
noch brood noch wijn nemen kon, deswege (ook zonder
te
mond
zelf
eten of te
drinken) in niets den geestelijken zegen derven zou.
Om
kras en duidelijk te doen uitkomen, placht Calvijn te zeggen,
dit
dat het eigenlijke
zoo
uit,
dat onze
Avondmaal ziel,
terwijl
in
we
den hemel gevierd werd. Hij drukte
dit
aanzitten aan den heiligen Disch, in den
hemel wordt opgetrokken, en na aldus opgetrokken te zijn door Christus gevoed wordt met zijn verbroken lichaam en vergoten bloed. Dit is dan natuurlijk niet van een enkele ziel bedoeld, als
op zekeren
eenzelfde
Dag des Heeren
in alle
maar moet zóó verstaan, dat heilig Avondmaal op
kerken het
ure gevierd wordt, de zielen van alle geloovigen in den hemel
worden opgetrokken; in die gee telijke verrukking allen saam met Christus vereenigd zijn; en, dank zij die zalige vereeniging met Christus als hun hoofd en onder elkander als leden, alsnu op buitengewone wijze met
zijn
vergoten bloed en verbroken lichaam gevoed worden.
Toch moet plaatselijke
dit
denkbeeld van Calvijn niet verstaan, als bedoelde
overbrenging van de
ziel
hij
een
naar den hemel. De gedachte alsof
aan het Avondmaal ontzielde lichamen nederzaten, terwijl de zielen elders waren, is nooit bij Calvijn opgekomen, en zijn krasse uitdrukking koos
maar dan ook met
hij
alleen,
de
Roorasche en Luthersche
opzet,
om
ons voorgoed af
leer, die zich
maar
te
brengen van
nooit van de zichtbare
teekenen kon losmaken, en juist daardoor nooit tot den wezenlijken Christus doordrong. Ons Avondmaalsformulier verklaart ons Calvijns gedachte
dan ook nader,
als het daar Jjeet:
„Opdat wij dan met het waarachtige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's