E voto Dordraceno - pagina 192
ZONDAG
180
HOOFDSTUK
VIII.
VI.
Een niet kunnen uithouden van den weedom des harten, om onverzoend tegenover dat Eeuwige Wezen te staan; een niet willen zoeken van verzoening met dat Eeuwige Wezen dan in Hem zelven; en een niet kunnen verzoend zijn eer de ziel wezenlijk en werkelijk weer in verzoenden met dat Eeuwige Wezen geraakt is. dit nu tot den grondtoon van heel ons godsdienstig belijden en leven te maken, is geheel hetzelfde als steeds en overal weer toe te vallen tot de belijdenis van den Drieëenigen God. Wie buitenaf omzwerft op wijsgeerige paden, of zich opsluit in het Christelijk hospitaal, ja, die belijdt ook pro memorie nog de heilige Drieeenigheid, maar let eens op, hoe bijna nooit ze voor hem leeft, of kracht aan zijn woord bijzet. Daarentegen wie terugkeerde tot de waarachtige wegen Gods, en zoowel zijn verdoemelijkheid, als zijn verzoening en zijn genieting van verstaat
En
zoening altoos voor het aangezicht Gods doorleeft,
o,
die heeft vanzelf
de belijdenis van den Drieëenige; die kan er niet buiten; die kan nooit een der Drie missen; en dien kan nooit de Eenheid dezer Drie ontgaan.
En zoo komen we
vanzelf op de belijdenis van
bezittende de meest absolute Souvereiniteit,
dien
Drieëenige als
waarmede we de bespreking
van deze achtste Zondagsafdeeling besluiten. Steeds hebben de Gereformeerde kerken op deze volstrekte Souvereiniteit allen nadruk gelegd, niet enkel in het werk der zaligheid, maar in alle
werk Gods zoo der natuur als der genade. De belijdenis dat „uit Hem, door Hem, en tot Hem alle dingen zijn" is alleen bij deze kerken eenigszins tot haar recht gekomen, en we zouden de heilige zaak onzes Gods verraden, zoo we er geen open oog voor hadden, hoe ook weer in onze dagen juist deze belijdenis het meest gevaar loopt.
De
toestand van het Christendom
is
zooveel hachelijker dan
Bijna niet één stuk der Belijdenis wordt,
we zeggen
niet,
men
denkt.
door de afval-
maar door de Christenbroederen anders dan leerstuk van den Christus heeft men alle
ligen en ongeloovigen, neen
onzuiver beleden. kennisse zoeken
de Schriften
Om
saam
het te
te prediken,
trekken en wel verre van ons den Christus naar prediken schier alle Vermittelungstheologen ons
een Christus, die wijsgeerig gedacht
is,
en
alle ketterijen
der oude kerk
hernieuwt.
middelpunt der Belijdenis zelve het rad des levens uit de spil lichtte, hoe kon het dan anders of zonder eenige uitzondering moest wel op elk punt der Belijdenis van lieverlee heel iets anders geleeraard worden, dan de Heilige Schrift en op haar voetspoor
En waar men
alzoo
in
het
de kerk van Christus, had bedoeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's