E voto Dordraceno - pagina 183
ZONDAG
VIII.
HOOFDSTUK
V.
171
naam van den Drieëenige
in heel de Heilige Schrift niet wordt aangemetterdaad niets in te brengen. Gold het derhalve dien naam van Drieëenig God, en de aldus genoemde onderscheiding in Personen, dan zou voetstoots zijn toe te geven, dat niet alleen de oudvaders van
troffen,
is
deze zaak geheel onkundig bleven, maar dat, naar alle waarschijnlijkheid, zelfs de Heere Jezus en zijn apostelen nimmer 't zij dien Naam, 't zij de
vermelding van de drie Personen op hun lippen namen. Maar in dien naam van Drieëenig en in die benoeming van Personen ligt nu juist niet de hoofdzaak. En die naam èn die Persoonsbenoeming zijn bijkomstig, terwijl
alzoo
in
zich zelven
de hoofdzaak juist hierin
ligt,
dat
God de Heere
bestaat en naar de mate van onze bevattelijkheid
alzoo door ons gekend worde. Niet alsof hierin de zeer bepaalde Belijdenis van den Drieëenige en van de drie Personen in het ééne Goddelijk Wezen voor onverschillig wierd verklaard, zoodat men ook nu nog, naardien eenmaal de kerk tot deze Formuleering kwam, ongehinderd en zonder schade dezen naam en deze Persoonsbenoeming op zij zou kunnen zetten. Dit toch ware geheel het doel van de Belijdenis der kerk miskennen; en de uitkomst heeft dan ook geleerd, dat nog nimmer zulk een poging, om aan de geijkte formule te ontkomen, voorkwam, dan juist bij godgeleerden, die tegen de zaak zelve bedenking hadden, en wel waarlijk het mysterie zelf der heilige
Drievuldigheid aantastten.
Het is toch ganschelijk niet waar als zou de kerk des Nieuwen Verbonds geen andere roeping hebben, dan om de naakte Schriftwoorden eenvoudig na te spreken. Naspreken is geen geestelijke arbeid, en wel verre van zijn kerk tot zulk een werktuiglijk naspreken van klanken te roepen, gaf de Heere Jezus haar veeleer de gewichtige taak, om den inhoud der Heilige Schrift op te nemen in het menschelijk bewustzijn; in dat bewustzijn met de leugen die er tegenover staat te laten worstelen; en als vrucht van deze worsteling tot een zoodanige Belijdenis van het goddelijk mysterie te geraken, dat ze als uit ons menschelijk bewustzijn
wierd teruggegeven; en wel teruggegeven
bewoordingen,
als,
ter
afwering van elke
in
zulk een taal en in zulke
ketterij,
door ons menschelijk
bewustzijn geëischt wierd.
En meen
niet,
dat deze arbeid der Christelijke kerk om, tegenover de
leugen en ter afsnijding van alle uit
het
menschelijk bewustzijn
te
den inhoud der Heilige Schrift reproduceeren, alleen een inspanning
ketterij,
van het denken vorderde en dus uitsluitend op de kracht der hersenen en de studie der geleerden aankwam. Zoo lag het volstrekt niet. Integendeel is de Belijdenis der waarheid nooit één enkele stroospier verder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's