E voto Dordraceno - pagina 237
ZONDAG
Ga
HOOFDSTUK
X.
225
III.
wat macht de „dusgenaamde" Natuurkunde zich wat zelfvertrouwen men schier door heel Europa haar „gewaande" resultaten tegen de getuigenissen des geloofs slechts
na,
tot
allengs verheven heeft en met
overstelt, en ge zult terstond voelen, hoe het juist deze verheerlijking van de Natuur is, die thans, in onze dagen, aan het geloof de meeste
We
afbreuk doet.
lijden
onder de overmacht en den overmoed van het
Naturalisme.
Het
hoofde eisch, voor zooveel ons bestek gedoogt, vooral punt met eenige nauwkeurigheid te bespreken, en de Dienaren des Woords zullen wel doen, zoo ze op den kansel en in het catechisatieis
uit dien
dit
vertrek deze fundamenteele zaak
wat klaarder en breeder dan dusver voor
de geloovigen en hun kinderen uiteenzetten.
En dan beginnen we met
te
verzoeken, dat niemand zich stoote aan
ons spreken van een „dusgenaamde" Natuurkunde, en haar
Hiermee toch is volstrekt van wat men natuurkunde noemt en resultaten.
niet
bedoeld, geheel
al haar resultaten
te
,,
gewaande"
den
omvang
veroordeelen.
Integendeel, gelijk vanzelf spreekt, erkent ook ieder Christ-geloovige de
en uitnemendheid van al zulke natuurkundige studiën en van dat deel harer resultaten, waarbij de natuurkundige zich binnen den kring van zijn bevoegdheid hield. Hetgeen hij dan voortbrengt is verdienstelijkheid
wetenschap van de echte soort en wordt dankbaar ook door ons aanvaard en geëerbiedigd. Maar het ongeluk wil nu juist, dat onze natuurkundigen aan die soberheid niet aanwillen, maar na gepast, gewogen en gemeten hebben,
te
allerlei
nu
ook
den
philosoof
onderstellingen en theorieën
en den theoloog gaan spelen, en u
komen verkondigen over onderwerpen,
waaromtrent hun natuurkunde hun volstrekt niets leert, en nooit iets leeren kan. De natuurkunde is een empirische wetenschap, die aan de stoffelijke verschijnselen en hun onderlinge verhoudingen gebonden is; maar die volkomen onmachtig is, om iets waar te nemen van geestelijke dingen, of om de vraag te beoordeelen, in hoeverre de geestelijke krachten op stoffelijke dingen inwerken. Zij moet uit dien hoofde in zeer strengen zin
het „schoenmaker,
nimmer
houd u
bij
uw
leest"
indachtig blijven,
en
mag
op geestelijk gebied. Zoolang ze op haar eigen terrein blijft, is ze geprivilegieerd jager, maar zoodra ze op geestelijk terrein komt, is ze strooper geworden. En overmits nu de opbloeiïng van het Naturalisme bijna geheel te wijten is aan deze verboden strooperijen, kan niet ernstig genoeg tegen deze machtsoverzich nooit of
schrijding
kunde E
Voto
worden geprotesteerd. Wanneer een hoogleeraar
ons I
uitstapjes veroorloven
zijn
resultaten
over
de Saccharometrie
in
de Schei-
(suikermeetkunde) 15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's