E voto Dordraceno - pagina 395
ZONDAG
HOOFDSTUK
XIV.
menschelijke huwt, en alzoo de tegenstelling
te
het goddelijke van het menschelijke scheidt. die
de
der
zaligheid
en
383
IV.
boven komt, die aanvankelijk Een waarlijk booze ketterij,
van den troost onzer
ziele oplost in
een wisschen die ons van den Euwige scheidt; Schepper en schepsel onderling vermengt; en alzoo de gemeente van Christus, zonder dat deze er op verdacht is, aan leer
wijsgeerige beschouwing, en eindigt met de grens uit
de afgoderij of het pantheïsme
in
het Prof. Valeton te Utrecht, die
te
de armen voert. Gelijk men weet, was bij
zijn
inaugureele oratie
in
1878 het
eerst hier te lande deze zienswijze bepleiten dorst.
Doch ook anderzijds en op
minder ernstige wijze zondigen hier uit Weenen; en wel in ditzelfde punt, zij het ook op andere wijze. Zij toch stellen het voor, alsof ,,de Christus als onzer één onder de toerekening van Adams zonde en schuld ontvangen en geboren ware". Een schriklijke leer, waarover schrijver niet
de Neo-Kohlbruggianen, onder leiding van Prof. Böhl
dezes den hoogleeraar tot de orde riep in de inleiding van „De Vleeschwording des Woords", maar die tot onze niet geringe teleurstelling door Dr Böhl in zijn Zur Abwehr in geheel haar omvang en strekking wordt staande gehouden; zonder dat ook maar één enkele der ingebrachte bedenkingen besproken of weerlegd is. Nu voelt ieder, dat, zoo aan Christus als aan onzer één de schuld en zonde van Adam is toegerekend. Hij niet
voor ons, maar voor zich zelven leed, en gelijk onzer één niet slechts
met de schuld, maar ook met de zonde is vermengd geworden. Beide deze valsche voorstellingen moeten derhalve met alle kracht bestreden; en de kerke Gods moet gehouden bij de vaste en zeer kostelijke waarheid, dat lo. de Christus den broederen in alles is gelijk geworden, doch uitgenomen de zonde; 2o. dat de Christus onze schuld gedragen heeft, niet krachtens zijn geboorte,
maar krachtens de beschikkinge Gods;
en 30. dat de verzoening voor onze zonde in zijn bloed
Golgotha vergoten wierd, maar om vergoten wierd aangenomen door de vleeschwording. Bezien we elk dezer drie nader.
te
is,
op Maria
gelijk dit
kunnen worden,
uit
is den broederen in alles gelijk geworden; wat zeggen wilde, dat er tusschen den Christus en Johannes den Dooper bijvoorbeeld geen onmetelijk verschil bestond, daar toch de Christus „God was, te prijzen in eeuwigheid" en Johannes een nietig
Vooreerst, de Christus
volstrekt niet
maar alleen dat, voor hetgeen zijn menschheid aanging. Hij evenzoo waarachtig mensch was, des vleesches en des bloeds der kinderen
schepsel;
deelachtig, brief
als
wij.
Heel het redebeeld van den heiligen apostel
aan de Hebreen toont
dit duidelijk.
in
den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's