E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 161
Derde deel
:
ZOND.
brood
heinelsche
Christi
XXIX. HOOFDSTUK
163
VI,
gespijsd worden, zoo laat ons
met onze harten
aan het uiterhjk brood en wijn blijven hangen, maar
niet
den hemel verheffen, waar Christus Jezus
is,
ze opivaarts in
niet twijfelende of wij zullen
zoo waarachtiglijk door de werking des Heiligen Geestes
met zijn lichaam
bloed aan onze zielen gespijsd en gelaafd worden, als wij dat heilige
en
brood en drank tot zijne gedachtennisse ontvangen."
Hoofdzaak hierin
onze
natuurlijk de juiste en onberispelijke onderscheiding
hand en onze mond met het brood en den
onze
dat
is
met den Christus
ziel
den hemel
en alzoo naar
is,
in
gemeenschap
zijn
treedt.
ook
Avondmaal
het heilig
bij
ziel
in
met den Christus
komen dan door den
niet anders tot stand
Heiligen Geest. Die Heilige Geest
alleen
menschelijke natuur niet uit dien hemel
ons afkomt, zoo kan de gemeenschap van onze
tot
maar
wijn,
Daar nu Christus
moet dus op ons hart inwerken, om het
met
zielsinnig verlangen naar
tus
ontvankelijk te maken, en eeniglijk op den Christus als zijn doelwit
te vervullen,
nu noemt de Heilige Schrift
te richten. Dit
in
voor den Chris-
Oud en Nieuw Testament
opheffen van onze ziel naar den hemel." ,Ik hef mijn
„een
U
goden, tot
der
den Christus
ziel.
op." „Tot U, Heere hef ik mijne ziel op."
o,
God
En waar nu
de Heilige Geest eenerzijds de ziele in zulk een stemming brengt, daar die zelfde Heilige Geest, door
anderzijds
het
is
wiens werking de Christus
zichzelven in zijn genade aan onze ziel instort en mededeelt.
Er
alzoo sprake van een, in engeren zin bepaalde, werking van den
is
Heiligen
die alleen verstaan
Geest,
beurde op
kan worden, zoo men
den Pinksterdag. Hetgeen toen gebeurd
let
op het ge-
bestaat hierin, dat
is,
de Heilige Geest toen eerst de levensgeest van Christus' mystiek lichaam is
men
geworden. Dit houde
Christus
is
vormt, onder
lichaam mitisch
scherp in het oog. Het mystieke lichaam van
een soortgelijk lichaam als heel ons menschelijk geslacht één
lichaam
is
zijn natuurlijk
de
levensgeest
hoofd Adam. In de
menschelijke
dit
mystieke Ada-
geest,
de geest der
menschheid, en deswege een nu zondige en onheilige geest. En tegenover dat Adamitisch lichaam der menschheid
met
zijn
onheiligen geest plaatst
nu de Heere het mystieke lichaam van Christus, dat eveneens Hoofd en natiën
uit
loopt,
zijn
en
Geest. Dit is het in is
die
Christus
als
uit
een
leden bestaat, en evenzoo over allerlei geslachten en
in dit
lichaam vaart nu op den Pinksterdag de Heilige
wat ons Avondmaalsformulier in het
Hoofd en
in
z<^gt,
dat „de Heilige Geest
ons als zijne lidmaten woont." Hier
dus geen sprake van een gewone werking des Heiligen Geestes, gelijk
ook voor den Pinksterdag voorkwam, en ook daarna buiten het lichaam
van Christus plaats
grijpt; neen, hier is
een zeer bepaalde en eenige wer-
king van den Heihgen Geest bedoeld, die vroeger onmogelijk was, en nu
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's