E voto Dordraceno - pagina 172
ZONDAG
160
HOOFDSTUK
VIII.
III.
al hun uitgedachte afgoden en afgodische denkbeelden in het dal Hinnoms werpen. En dat, ge begrijpt het, wil en kan de zondaar niet. Dat zou hij dan eerst kunnen, als de Heilige Geest hem overreedde en aanzette; maar uit zich zelven kan hij dat niet. En vandaar toen die tegenstelling die opkwam. Eenerzij ds een klein
ze
God
kuddeke, dat van
geleerd, nu
zaliglijk
dronk
deze wateren, en
uit
de kennisse des Eeuwigen genoot, en zwoer bij de heilige Drievuldigheid des Heeren; en daartegenover allerlei groepen die op allerlei manier, in
in
theorie
verzet
en
tegen die belijdenis van de Drieëenigheid in
practijk,
in
kwamen, en nu op andere, meer bedekte en
verfijnde manieren,
hun vroeger pantheïstisch en polytheïstisch spel voortzetten.
En zoo is het dan in de kerk van Christus tot bangen strijd gekomen. Tot strijd niet om een bijzaak, maar om het hoogste. Om dat, waarvan de Heere Jezus zei: „Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den éénigen waarachtigen God!" En
toen ging
letterlijk
men
hetzelfde
belijdenissen
maar op
opstellen.
En
toen
de
zijn
ketters
veel gevaarlijker wijze in de kerk gaan doen,
'wat de Joden en Heidenen buiten de kerk deden.
Buiten de kerk stonden de Heidenen en Joden in bond, om op alle manier de belijders van den Drieëenigen God uit te roeien door spot; uit ie roeien door satyre; uit te roeien door laster en scheldtaal; en hielp ook dat niet, dan door ze maatschappelijk tegen te werken; door de Overheid tegen hen te wapenen; en door ze eindelijk, als het niet anders kon, uit te
roeien met schavot en brandstapel.
En evenzoo
zijn
de ketters toen
in
de kerk aan het werk getogen,
om
doen verbasteren; en van den Drieëenigen belijdenis om de beleden doel, met het eenig alles dat ingebeelden god te anderen God weer door de belijdenis van een heel vervangen. En ook in dezen strijd hebben de ketters niets ontzien en geen middel gespaard om dat kleine kuddeke, dat nog vasthield aan den levenden God, machteloos te maken en te vernietigen. Eerst door ze kerkelijk, toen door ze maatschappelijk te knakken; en ten leste door ze innerlijk
gevangen Altoos
vorm.
de kerk te verzwakken,
te zetten
éénzelfde
te
en onschadelijk strijd
alle
te
verdeelen,
te
maken.
eeuwen door,
in
alle
land en
Van den éénen kant de zondaren, zonder hooger
in
licht,
allerlei
die
én
buiten én in de kerk aan de uitdenkselen en verzinningen van hun eigen hart den
naam van „god"
Heeren, die (en dat wel
gaven.
uit
En daartegenover de
louter
genade) hooger
kleine
licht
kudde des
ontving, en die
nu tegen deze uitdenkselen en verzinningen klaar en helder de belijdenis van den Drieëenigen God overstelde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's