E voto Dordraceno - pagina 458
ZONDAG
446
HOOFDSTUK
XVI.
IV.
dat de Heiland wel ook „de nederdaling ter helle" voor hen en plaats geleden heeft,
maar
niet
zóó
als zij
die zelven
in hun zouden ondergaan
hebben. duidelijker dan dat dit niet anders kon. Immers hadt moeten nederdalen, dan zou het geweest zijn, om eeuwiglijk in de helle te blijven en er nimmermeer uit te komen, maar er te sterven een eeuwigen dood. En al geven we nu voetstoots toe, dat „eeuwige dood" nog heel iets anders zeggen wil, dan een dood zonder
Toch
ge
niets
is
zelf ter helle
ook dat kan derhalve op Hij Had moeten ondergaan, dan
einde, toch ligt
„Een vuur dat
D, w.
z.
niet
zonder einde er
,,Een
worm
die nooit sterft."
dezelfde wijze als wij deze nederdaling ter helle
zou de
helle
zou nimmer verlossing
er
in.
uitgebluscht." Jezus zelf heeft het uitgesproken.
zijn
hem
eeuwiglijk
omsloten hebben.
teweeggebracht en Satan,
niet
God
had getriomfeerd. Dat kon dus niet. Jezus moest wel uitstaan en doorstaan, wat het nederdalen ter helle v/as, maar in korter tijd en op geheel andere wijze. Den beker niet druppel één enkele teug. bij druppel, maar heel den beker tot de heffe toe in En zeg nu niet, dat dit dan toch een exceptie voor dit enkele stuk van het lijden maakt. Want dit is niet zoo. Of is Jezus dan ook niet anders gestorven dan gij zoudt gestorven zijn; niet op een sterfbed, maar op een kruis? Ja
is
niet
heel
het
lijden
doorworsteld, dan het over u zou
van Jezus op heel andere wijze
gekomen
zijn,
en toont niet alles aan,
overnemen van de straf In den vorm waarin die u pergewacht hebben, maar een overnemen van de straf, gelijk alleen een Verbondshoofd dat kan; meer nog gelijk dit alleen kan geschieden door een Verbondshoofd, dat als zoodanig de Zoon des levenden Gods was. De andere vorm waarin dat lijden en de nederdaling ter helle aan den Zoon Gods overkwam; de andere wijze waarop Hij het doorstond; de geheel andere manier waarin Hij het doorworstelde, doet dus aan het wezen der zaak niets af. In een hachlijk tijdsgewricht kunt ge duizend dooden op eenmaal sterven, en in dat ééne ontzettende oogenblik meer uitstaan, dan ge daarbuiten al de dagen uws levens leedt. Waar het op aankomt hoe er
niet is een
soonlijk zou
maar, dat de Heiland voor u en in uw plaats ook dat zeer bepaalde en dat zeer eigenaardige lijden doorworsteld hebbe, dat het kenmerk is van het lijden der helle, en dat Hij dit hebbe uitgestaan op zulk een wijs en in zulk een heftigheid en met zulk een diepte, dat Hij in enkele oogenblikken niet minder doorleed dan gij in een eeuwigheid zoudt geleden hebben. En dit nu is de toch waarlijk niet zoo duistere belijdenis van onze is
kerken op
dit stuk,
dat Christus, onze Middelaar,
om
onzentwil en
in
onze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's