E voto Dordraceno - pagina 92
ZONDAG
80 voor
HOOFDSTUK
V.
en voor eeuwigheid; aan
tijd
dempende,
alle
I.
vreugd vernietigende,
leven
alle
kracht in haar tegendeel omzettende schriklijke, onweer-
alle
staanbare Dood.
Zooals het aan de Noordpool schriklijk
is,
omdat
er
geen zon doorbreekt,
eeuwige ijskoude bevriezing van lucht en van bodem alles verstijft en stolt en in den Dood gaat, zoo ook is 's menschen ellende die door de zonde kwam. Uit een zondig leven is God weg, en met God de zon van dat leven en nu
in die
en daarom wordt alles
en koud en dor, en moet alles verstijven, en
kil
bevriest alles in een eeuwigen
Dood.
Er is geen ontkomen aan. Die ,,Dood" is zoo onuitsprekelijk machtig. Bijna almachtig. Want alle kracht die God in zijn schepselen inlegde, ligt saamgevat en in haar tegendeel omgezet, in zijn verdervend en vernielend vermogen.
Vandaar dat hij zoo onverbiddelijk moet zijn. De „Dood" kan niets sparen. Uw ziel niet en uw lichaam niet. Uw leven nu niet en eeuwig niet. Uw liefste kind niet en uwe lieve moeder niet. Maar ook niet uw talent, uw menschelijk vermogen, uw wereld vol verlustiging.
De „Dood" in of
dringt in allen en in alles door.
doorboort geen
kleed,
als
worm
deze „Dood", die
dringt in heel
uw wezen
En zoo
vreet geen roest
het hout, of dringt geen vluchtige olie in uit
de zonde geboren
en heel
uw
aanzijn,
niet
is,
uw
indringt en door-
rustende eer
hij
het
alles bedierf en verdierf.
Dit
is
de toorne Gods.
Want ook
die
„Dood", met zijn vreeslijken nasleep van „ellende", is al wat Hem behaagt en werkende al hetgeen waartoe
Gods bode, doende Hij hem uitzendt.
God zelf heeft alzoo Dood verordineerd. Doch nu
slaat
dien vreeslijken
'
de Catechismus een andere bladzij van het boek der
mysteriën op, en daar staat boven: Van
Ook
Dood, en de werken van dien
's
menschen verlossinge. die afgrijslijke werking van
ellende, ook uit nog verlossing, en ook die verlossing heeft God verordineerd; en zoo prikkelt dus de vraag: Hoe, en waar die verlossing komen zal; of God dan van zijn strenge straffen aflaat. Zoo toch luidt de 12de Vraag: „Aangezien wij dan, naar het rechtuit
den Dood
die
is
diepte van
er
vaardig oordeel Gods,
tijdelijke
en eeuwige straf verdiend hebben,
eenig middel waardoor wij deze straf ontgaan mochten, en
is
wederom
er tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's