E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 16
Derde deel
ZOND. XXVII. HOOFDSTUK
18
met
geboorte
langzaam en van
gaat,
J
nu
Hieruit
we ook
vermogen
het
komt
eerst later
dit
vermogen,
als bij
spreken
lieverlede uit.
volgt, dat
ben tusschen
-;
maar
zich,
II.
het geloof wel te onderscheiden heb-
bij
de
in
ziel
om
kunnen gelooven en de
te
openbaring van dat geloof naar buiten. Onder den grond schuilt de kiem
grond
wordt slechts de iverking van dat geloofsvermogen
;
geloof openbaar.
werkelijk
wezig
zijn,
zonder dat er
Nu kan
van naar buiten komt. In de oude gedenk-
iets
ven gelegen had. Al dien kracht en vrucht
te
vermogen
het
dragen
eindelijk
;
deze
maar
in het daad-
zulk een kiem zeer lang in ons aan-
teekenen van de Egyptische koningen heeft men gevonden, dat allicht tusschen de 3 en 4000 jaren
nu
buiten, boven den
vermogen van ons geloof; en naar
het
de wortel,
de
bezat
tijd
om
zich
in
tot
ook tarwegraan
a.
o.
in deze steenen gra-
graankorrel van dit graan de een halm op te schieten en
het deed dit 3 a 4000 jaten lang niet.
En nu
eerst
geopend werden, en het graan dat er in
graven
lag,
aan de aarde wierd toevertrouwd, is dit vermogen naar buiten getreden is er graan uit gegroeid. Zoo kan nu ook het geloofsvermogen, de
en
geloofskiem jarenlang in de diepte van ons steenen hart werkeloos ver-
borgen liggen, zonder dat of leen
God weet
omdat
het,
zelf of
gij
een ander er
iets
Hij er zelf die graankorrel
van merkt. Al-
van het geloof
in
besloten heeft.
AVas nu
dat
in de Egyptische sarcophagen geen graan,
graan
was
het nog niet ontkiemd
nog
of
^
niet
geloof geloof,
een
ontkiemd, geheel
mosterdzaadje
?
Zeer
graan
stellig, zult
blijft
afgescheiden
verborgen in
ge zeggen, reeds ontkiemd,
graan. Uitnemend,
maar dan
van de vraag, of het nog
uw
omdat
is
ook
slechts als
hart schuilt, dan wel of het reeds
tot ontkieming en openbaring naar buiten is gekomen. Moet derhalve een iegelijk gedoopt, in wdens hart het geloof eenwezig
t
dan moet ge niet alleen hem doopen, in wien gy van dat geloof iets merkt, omdat het ontkiemde en opschoot en naar buiten trad; maar
is,
moet ge evenzeer doopen een iegelijk, in wiens hart de graankorrel des geloofs nog, voor Gods oog alleen gekend, schuilt. Jong of oud doet er Tusschen een klein kind en een volwassen man mag geen verschil gemaakt. De vraag van doop of niet-doop hangt alleen maar af van het al of niet aanwezig zijn van het geloof in kiem en wortel. dus niet
toe.
Niet, dit verstaat ge wel, alsof deze geloofskiem
geboorte ^
kon
toekomen.
%'S/e^ geioorjéil'ant.
"•lelijke
Van
Maar God
nature
is
is elk
vrijmachtig
geifoK"? fezf ^graa&'ó^n-el,
die
ons
uit de natuurlijke
mensch ongeloovig en tegen
om
door de tweede of gees-
kiem des
geloofs,
reeds in den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's