E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 221
Derde deel
XXX^. HOOFDSTUK IL
ZOND.
223
opdat het spelen met het heilige een einde
de zielen worden ingeprent,
neme, het vromelijk bazelen over deze heiligheden onzes Gods er weer vreeze voor Gods ordinantie,
en
een ontzetting van
men wat
Vraagt
dat
vanzelf,
zijn Majesteit in
uitgangspunt nooit
dit
mag
uit hebbe,
Woord en
de bekeerden
nog
niet ten
dan dat dit
is
Niet
hij
zijn
hierin
Avondmaal dat
hij
„Zóó
antwoordt:
hij
zijn,
dan spreekt het
op
stuit
een
ziel,
die
om
de
heilig is het
en niet voor den onbekeerde. Voelt dus iemand, dat
is,
hij
Avondmaal gaan mag of kan, dan ligt het aan niets anders zich nog niet „met waren harte tot God bekeerd heeft"; en groote zonde, waarover hij met Gods Woord bestraft moet. zijn
ligt
kwaad, dat
verschijnt; dit
jaar
met waren harte
En merkt men
niet bekeerd.
besef heeft van zijn door
een poging aangewend,
God
om
'
God
dan, dat iemand geen flauw
hem gewerkte besef in hem op
in
dit
-^
met een „afgekeerd hart" niet ten prijselijk; maar groote zonde is het,
veeleer
is
"^
hij
jaar uit volhardt in zijn afgekeerdheid, en zich tot
in
wedergeboorte, dan moet te
wekken, en moet
hij
ernstig op gewezen, dat hij van tweeën één óf valschelijk gedoopt óf
er
door zijn God begenadigd
is.
dan het
Blijkt
laatste,
dan klimt ge van
daarop tot de wedergeboorte, en daaruit weer tot den plicht en het ver-
mogen om
te
duidelijker,
dat
gelooven
en zich
deze menschen
met de macht der
Hoe het
zijn,
liefde
te
bekeeren. Of wel blijkt het u steeds
dan
niets
en nog geheel van God verlatene
dan toch
is,
op en voor
een zondaar, een goddelooze
dan moogt ge voor hem bidden, en
hem
werken, maar het einde moet
dat hy als niet tot Gods kerk behoorende, er uit ga.
saamhangend en overtuigend
duidelijk,
uwe aandacht
niet ontgaan, dat de
dit
echter
Catechismus in
zijn
zij,
toch
mag
antwoord, den
eisch tot bekeering eerst in de tweede plaats stelt, en vooraf deze schijn-
baar geheel andere verklaring laat gaan: Dat de zulken er hooren, „die zichzelven van
dat
dezelve
wege hunne zonden mishagen, en nochtans vertrouwen
hun
om
vende zwakheid met ren, hoe langer hoe
/^^''•^^
vare.
Avondmaal niet," Veeleer niet heilig geAvondmaal ziel van het bevreesde denkt deze bange en noeg. Daarom aarzelen ook wij geen oogenblik, het van meet af duidelijk Catechismus na te spreken, dat het Avondmaal alleen voor uit, en den zoo
keerd,
7 •
er niet aan durft gaan, doet ganschelijk ver-
Avondmaals
des
zijn
gezocht in zekere vermindering
Wie
van de heiligheid des Avondmaals. heiligheid
ziel
uitgangspunt moet
nu
hierbij
de
een beven voor
Christi wille vergeven zijn, en dat zijn lijden
en sterven bedekt
meer hun geloof
te
zij
;
ook de
en, die
overblij-
ook begee-
sterken en hun leven te beteren."
)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's