E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 436
Derde deel
;
438
XXXIIL HOOFDSTUK VIL
ZOND.
moet keeren op
op de lippen:
tuiging
ren Gods
oogenblik
zijn
„De Geest getuigt
niet:
maar de
;
één doode, zooals in de wedergeboorte de
zij ds
Heilige
waarbij de
leidt tot
mensch
;
is
maar
op
het,
wij'
hetzelfde-
dus niet één werker en
er zijn tivee
werkers eener:
en anderzijds de wedergeborene persoon. Elke
Geest,
andere voorstelling
onzen geest" dat
in
Geest getuigt
Heilige
óók onze geest het getuigt. Er
dat
de be-
Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinde-
,.De
Dus
zijn".
kinderen Gods
Rome
zijnen weg. Paiüus legt aan de kerk van
niets
de zonde van het Pantheïsme of Algodendom,
wordt dan een kanaal of
waardoor de
trechter,
stroom henen vloeit een besnaarde harp, waarop beurtelings God en Satan ;
soort electrische draad waarlangs de geestelijke electriciteit
een
spelen;
wordt overgeleid; een zenuwweefsel waar langs zekere geheimzinnige kracht zich voortplant. Al hetwelk nu eenmaal in onverzoenlijken
met het Getuigenis
strijd
Volgens de Heilige Schrift schiep God den mensch
is.
een eigen persoon, met volstrekte zedelijke verantwoordelijkheid; en,
als
deze persoon nu door de zonde in den dood weg, door de weder-
al stierf
wierd
geboorte
den dood
dood in
zijn
en
uitsprak;
door
het
van Christus,
dood vond
de
;
O wen het zoo kernachtig
gelijk
vrucht, van het kruis dat in den uitverkorene
als
is
gedaan
niet
te
wedergeboorte het leven in kiem hersteld werd. Zoo onzinnig
de
dus
het
als
dood in beginsel
deze
bekeeren,
te
is,
zeggen
dus moet.
en
wedergeboren
dat
een owwedergeborene
zoo onzinnig
is
het
te
zich
zou hunnen
beweren, dat wie wel
niet zelf tot bekeering komt.
is,
Onze ouden maakten daarom een scherp onderscheid tusschen hetgeen eenerzij ds God de Heilige Geest op allerlei wijze doet, om zoo inwendig als
uitwendig op den wedergeborene
ring
te
en anderzyds
wedergeborene zelven
aan
werken, teneinde
hem
tot bekee-
prikkelen, te lokken en te roepen, ja, zóó te roepen, dat het een
wordt;
trekken
te
de bekeering
zelve,
die
alleen
te dringen, dat de Heilige Geest zich niet hekeeren kan,
volgens
het
zondaar
zelf,
van den
kan uitgaan. Iets wat ze daarmee vaak plachten en dat diens-
onderwerp der bekeering nooit anders kan wezen dan deaan wien de genade der wedergeboorte ten deel viel. In den
wedergeborene
ligt
hier
wat men noemt een tweede oorzaak. De
oorzaak kan uiteraard ook
maar de werking
die
bij
de bekeering niet anders dan in
van deze eerste oorzaak
uitgaat,
kan
God niet
eerste
liggen tot be-
keering leiden indien niet tengevolge dier werking, ook de tweede oorzaak in
den mensch zelven gaat werken, en deze alsnu
Vandaar dat u
tot
in
zelf
handelend optreedt.
de Heilige Schrift altoos weer geroepen wordt: „Bekeer
Mij,
gij
afgekeerden"
en Ik zal
tot
u
!
Ja, dat het zelfs heet:
„Bekeer u tot
Mij,.
wederkeeren." Johannes de Dooper treedt evenzoo op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's