E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 205
Derde deel
,
XXXa. HOOFDSTUK
ZOND. schelijke verzinsels,
met
dus
is
maar goddelyke
s'pedt
er door. Heel deze Misvoorstelling
'''
boven de rede uitgaande, maar tegen het primordiaal, door
niet
menschelijk besef ingaande; daargelaten nu nog, dat
God ons ingeplant, en
„wezenlijk
een
207
en Gods almacht
ordinantiën,
maar werkt
zijn ordinantiën niet,
V.
de vraag open
werkelijk"
lichaam ergens blijven moet, en dus ook
waar
deze onophoudelijk tot aanzijn geroepene
blijft,
al
Christussen blijven.
komt
Altoos
dilemma
dus,
wat
dit
neder. Of wel, ge
punt
moet het
betreft,
de zaak van de Mis op dit
„vere, essentialiter et realiter"
van Trente terugnemen, en dus
het Concilie
1)
van
;
niet langer belijden, dat
en lichaam en Godheid waarlijk, wezenlijk en werkelijk
Christus naar
ziel
in elk deelke
van brood en wijn
dan ook metterdaad
schuilt; of ge
langer
niet
één
moet toestemmen, dat
maar zoo
Christus bestaat,
er
vele -^
Christussen als er Missen worden opgedragen. Kiest ge nu het eerste, dan
komt en
is
het neer op de Calvinistische belijdenis, dat Christus in den hemel blijft,
maar door
zijne genade,
almacht en Geest op aarde
op duizend plaatsen werkt. Maar kiest ge het Mis een in volstrekten zin onbestaanbaar
iets,
laatste,
dan
plaats tegelijk
wat
zijn
Doch
wezen
kan
ziel
zijn, niet
en
tegelijk blijft
de
overmits de mensch Jezus
Christus niet bestaat uit honderdduizenden Christussen,
éénen mensch, met ééne
is
maar
slechts uit
en één lichaam, en alzoo slechts op ééne
wat
zijn
loaarneming of werking,
maar wel
betreft.
niet alleen het besef
van ons menschelijk bewustzijn, maar ook de
Heilige Schrift verbiedt ons de Mis te aanvaarden. Duidelijk toch vinden
we
in de Heilige Schrift onderscheiden tusschen
die der Schaduwen en der Vervulling. In de bedeeling Schaduwen nu ontbreekt de waarheid en de wezenlijkheid en gaat
twee bedeelingen, der
alles toe in zinbeeldigen
maar het Heilige
bloed van stieren
Geest,
Hoogepriester,
maar
olie.
maar een
Wat vergoten wordt is geen menschenbloed en bokken. Wat tot zalving dient is niet de
vorm.
Wie
als
afbeeldsel
voorbidder optreedt
is
van
gekleed
den
Christus,
niet de
ware
in
een
Kortom heel deze bedeeling schaduwt wel het ware en wezenlijke af, maar is het ware en wezenlijke zelf niet. Dat ware en wezenlijke komt komt eerst in Christus, die daarom „de waarheid" d. symbolisch gewaad.
i.
het „ware en wezenlijke" heet. „De wet
genade en de waarheid (dezer dingen)
worden Woord".
1)
Waarlijk, wezenlijk en wt-rkelljk.
is
is
door Mozes gegeven,
verschenen
maar de
in het vleesch ge-
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's