E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 306
Derde deel
ZOND.
308
komen
toen
gelijk,
XXXI. HOOFDSTUK
IX.
hiertegen toornde als tegen een geheele onderst-
hij
bovenkeering van onze
Jammer
belijdenis.
slechts dat
hij
meer Luthersch dan Gereformeerd ontwikkelde, en dat ontwikkeld hebben
hem
bij
volgelingen,
slechts eenzijdigheid was,
Maar
overdrijving.
kettersche
tot
goed Gereformeerde beslist aan
elk
staat
wat
altoos pleegt te gaan,
het
zooals
hoofdpunt
dit
zijn
zijn zijde:
in de
hoofdzaak
De rechtvaardigma-
king door het geloof in Christus' zoenbloed moet de hoeksteen blijven waar elk prediker het gebouw zijner predicatie op doet rusten; de heilig-
making mag
met de rechtvaardigmaking verward worden; en de
niet
heiligmaking die in de kerk van Christus thuis hoort,
is
een uitvloeisel
en vrucht van wat Christus voor ons verwierf; en niet een kleed ter' bedekking onzer schande en schaamte, dat we zelven weven, en waarvan ons dus de verdienste zou toekomen.
Zoo moet dus ook ontkend, dat predicatie des
Woords zou
Woords, en alzoo zuivere
er Dienst des
als in de prediking dit hoofdpunt van de
zijn,
rechtvaardigmaking door het geloof in Christus' zoenbloed geen hoofdpunt blyft, maar als bijkomstig op den achtergrond wordt geschoven. Immers de vergeving van
uw
aankomt en waaruit zondaar
komt
uw
al
is,
is
terecht.
alles
maar:
Zoo
opstanding over in
zijn,
uw
sterft ge in
den tweeden dood, uit redt.
van uzelven. En
kan
bestaan, en
zekerheid:
dan
dat
uw
eerst
uw
God
als
en ten eeuwigen doode zyt
of ge daar vrijsijraak van bekomt. Zoo niet,
eeuwig
die
kerk
slechts
dan waarlijk kerk voor u
zonden u vergeven
zijn,
zijn zal
in vrede
uw
aan nadenken, heeft
ja,
dan
zonden, en gaat door
Kunt ge dus
dan ontbreekt het u aan ernst,
beoordeeling /
ligt
staat voor
dat ge voor uzelven de zekerheid hebt, dat
zonder
geven
Uw
levensquaestie voor u en voor een
En de hoofdvraag, de
mensch,
het eenige punt waarop alles
het andere vanzelf volgt.
geen nieuwe opstanding meer len
eigenlijk
is
dat ge midden in den dood
opgeschreven. iegelijk
zonden
zijn,
u poogt
aan
en waar
omwande-
zonden u ver-
aan zedelijke
dan recht van zoo ze deze ééne te
brengen.
Aan
over wonderen en gelijkenisal dat prediken over historische voorvallen, niets hoegenaamd; zonder sen, en zedespreuken hebt ge op zich zelf
meer zoo
is
het
dat alles klatergoud,
en het kan
zonder waardij;
niet alles aanloopt op dat ééne,
om
niet stichten,
u de vergeveng uwer zonden
kennen, met en daarmee uw vrijspraak van den eenwigen dood te doen En dat het stuk al datgeen wat voor nu en voor eeuwig daaruit volgt. van de Sleutelmacht feitelijk in onze kerken in zoo dikken roest onkente baar is geworden, schort alleen daaraan, dat de vergeving der zonden zeer bijzaak
is
geworden, en dat
manier, weer stellen ging op
men
allerlei
zijn hope,
op echt Semi-pelagiaansche
goede eigenschappen, op vromen zin
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's