E voto Dordraceno - pagina 193
ZONDAG En
VIII.
HOOFDSTUK
VI.
nu komt op geen enkel punt zoo sterk van 's Heeren Souvereiniteit.
dit
lijdenis
181
uit,
als juist in
de be-
Die hooge Souvereiniteit onzes Gods is metterdaad^ uit onze hedendaagsche theologie en belijdenis en prediking gebannen, en het is uitsluitend in Gereformeerde kringen dat
nog een
geritsel
van betere dingen
vernomen wordt.
De
Gods, gelijk onze Modernen die nog op Scholtens eenvoudig een andere naam voor een natuurproces, waarbij noch voor den Drieëenigen God noch voor zijn heilige SouveSouvereiniteit
voetspoor beleden,
is
reiniteit plaats overblijft.
Wat
daarnaast
in
de breede kringen der dusgenaamde belijdende Chris-
tenheid over de eeuwigheid der stof en de werking der krachten in de
natuur vernomen wordt, brengt u op zulk een onmetelijken afstand van de belijdenis van de Souvereiniteit des Heeren, dat ge er zelfs den naam niet
meer
in herkent.
En wat daarnaast door 's
menschen wil
in het
goede, lieve Christenen
over
de
macht
van
heilswerk en van de macht ter eigen heiligmaking
wel
te
stelt u altoos weer voor het pijnlijk aan de oprechtheid van hun woorden te twijfelen, óf moeten komen tot de droeve belijdenis, dat bij hen de Souvereini-
teit
in
het heilswerk gezocht wordt niet in den Drieëenige,
onder de belijders gesproken wordt,
om
dilemma,
óf
maar
in
den
toch in het oog, Souvereiniteit laat geen deeling
toe.
zondaar.
Want
dit springt
Reeds op aarde kunnen er geen twee souvereinen in hetzelfde land zijn, en alle pogen, om, door deels aan den vorst en deels aan het volk de Souvereiniteit toe te kennen, een soort
gemengde
Souvereiniteit
in
het
leven te roepen, liep altoos en onverbiddelijk op een feitelijk eeren van
den volkswil
als
hoogste Souvereine macht
uit.
En zoo nu is het ook, en in nog veel sterkere mate, zoodra er sprake komt van de Souvereiniteit niet in één enkel land, maar over het Heelal en over al wat in dit Heelal besloten ligt. Tegenover den Eénige en Eeuwige kan er geen oogenblik van iets half-
Hem sprake zijn. Hij is de Almachtige, en niemand macht en vooral geen Souvereine macht hebben, dan uit Hem afgeleid, aan Hem onderworpen, en in alles van Hem op het diepst souvereins naast
kan
afhankelijk.
En deze Souvereiniteit nu, die in het Godzijn van Wezen en in zijn Almachtigheid ligt, die wil de wereld de
ketterij
niet.
niet,
het niet,
Eeuwige die
wil
en ook, helaas, die wil de tegenwoordige Christenheid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's