E voto Dordraceno - pagina 427
ZONDAG danig. Rechtsbedeeüng
beoordeelaars,
is
XV.
HOOFDSTUK
geen liefhebberij van eenige
maar rechtspraak van den
415
V.
billijke of onbillijke
Souverein.
Alle
recht
den naam van koning of keizer of senaat. Zoo was het dan noodzakelijk, dat deze twee saamvloeiden:
gesproken
wordt
in
Jezus bezweek
een Romeinsche vierschaar, én dat
in
hij
én
dat
gevonnist wierd
door een Romeinschen rechter op een oogenblik, dat de Overheidsmacht in Rome op het grootst was.
was het geval onder Pontius Pilatus. Te Rome zat de keizer, was de keizer van Rome die heerschappij bezat over heel de
Dit nu
en het
bekende wereld.
Een vonnis van Pontius Pilatus was alzoo een vonnis gesproken naar uitwijzen van de toen zuiverst ontwikkelde rechtsbedeeüng, die ineenge-
smolten
ligt
met de grootst denkbare Overheidsmacht.
Wat
Pontius Pilatus
was een vonnis door den keizer der Romeinen gewezen, en de van Rome was metterdaad de rechter der gansche aarde, in vollen
vonniste, keizer
zin de wereldlijke rechter.
Let er nu op, hoe
genade
de
tegelijk
Was
die
ook
het vonnis van Pontius Pilatus
in
in
de aardsche rechtsbedeeüng
God ligt
de Heere én
handhaaft én
ons menschelijk rechtspreken veroordeelt.
naam van den keizer, en alzoo in den naam van God, rechtsprekende onbekwaam en onmachtig, om het recht in Jezus' proces te vinden ? Geenszins, want hij zelf geeft keer op keer getuigenis Pilatus, als rechter in
van Jezus' onschuld. Zelfs legt heel het Evangelisch verhaal hierop vollen nadruk. Neen, hetgeen waarvoor Jezus bezwijkt is de macht die in den rechter kleeft, en die ook de booze macht inhoudt, om tegen beter weten in, en ondanks de keurigste rechtsvormen, toch den onschuldige te veroordeelen. Vandaar dat ook Jezus zelf juist op die macht den nadruk legt: „Gij zoudt geen macht tegen mij
hebben, zoo het u van boven niet ge-
geven ware."
Zoo blijkt dus dat God de Heere wel in de menschelijke rechtsbedeeüng genoegzame klaarheid gelegd had, om schuld en onschuld te onderscheiden, maar dat de mensch die als rechter zit, te verdorven is om het als recht vast te houden.
Doch hoe ongerechtig ook het vonnis tot stand komt, het is en blijft een vonnis in den naam des Meeren gesproken. De veroordeelde mag er niet tegen ingaan. En zoo is metterdaad de Heere zelf, en hierop komt het nu aan, die in het vonnis door Pilatus gesproken, ons oordeel op den
Immanuël gelegd ook
rechterlijk
op
heeft. ,,Hij
Hem
heeft onzer aller ongerechtigheid metterdaad
doen aanloopen
!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's