E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 190
Derde deel
XXXa. hoofdstuk
ZOND.
192
anderen
dat
Veeleer omgekeerd doorziet en ver-
is.
de Roomsche die voor de
dat
wel,
zeer
Calvinist
neerbuigt, dit metterdaad doet in het geloof en in de onder-
zich
hostie
wordt opgeheven,
hetgeen daar
dat
stelling,
ouwel Christus
die
verstandig
elk
staat
IIL
niet langer brood
is,
maar
overging in den heiligen persoon van den Christus.
Wat
Roomsche
de Calvinist en de
Roomschen
dus van
ten deze tegen elkander hebben,
is
dat wij niet in het Miswonder gelooven, en
kant,
deswege niet voor de hostie knielen; en onzerzijds, dat
in de Mis,
hij
een wonder aanneemt dat niet bestaat, en deswege zich voor de hostie
Wanneer dus de Roomsche ons
nederbuigt.
hem
wij
lijken
door de
dit niet in
hem
van de
Hiermee
uit,
dat feitelijk en
wordt.
volstrekt
natuurlijk
is
beter weten in,
ons óf wel afgoderij
intentie, er óf heiligschennis door
Roomschen gepleegd
en
onderwerpe-
betichten zouden, van opzettelijk afgoderij
maar spreken we over en weer slechts
plegen;
atgezien
we
Roomsche ons verdacht van tegen
alsof de
zin,
alzoo te handelen, of wij te
ergerlijke heiligschennis,
stuitende afgoderij verwijten, bedoelen
beweerd, dat elk priester die de
niet
Mis bedient, de zaak zoo ernstig opneemt, of ook, dat elk Roomsche, die voor de
hostie
knielt,
zoo
diep
met
zijn geloof in het
Miswonder zou
indringen.
onder de Roomschen, zoo goed als onder ons,
Integendeel,
velen
toos
het
geweest,
die zonder veel aankleving der
gemoed onder het
Hoe voor
heilige verkeeren,
ziel of
meer op den
zijn er al-
roering van
sleur af meeliepen:
onder de Protestanten soms onder den heiUgen Doop toegaat
dit
niemand een geheim, en zoo
Mis ook wel constateeren
zal het
bij
de
Alle persoonlijk oordeel laten
zijn.
slechts
Roomschen onder de
we daarom
dat de Roomsche, voor zoover
hij
rusten, en
Roomsch heeten
mag. aan het Miswonder gelooft en er daarom voor neerknielt,
omgekeerd de Mis wonder
Calvinist,
voor zoover
hij
is
Calvinist
is,
terwijl
het geloof in het
voor zelfmisleiding houdt, en deswege het knielen voor de
hostie afkeurt als stuitende afgoderij.
Vraagt wordt,
men nu
als
oogenblik,
de
der heidensche natiën, dan aarzelen
wat het wezen der zaak
beantwoorden, voorstelling
of .,afgoderij" door ons dan in denzelfden zin bedoeld
„afgoderij"
mits
men
zich
betreft,
we geen
deze vraag toestemmend te
van de heidenen maar geen verkeerde
maakt. Denkt ge u
toch
onder de Buddhisten in Indië, of
onder de volgelingen van Kon-fut-se in China, dan behoeft er geen woord
aan de vraag verspild, of ten volle inleven in
wat
alle
Buddhisten nu
bij
elke acte
van aanbidding
ze doen. Dit is natuurlijk niet zoo.
Ook by hen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's