E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 183
Derde deel
ZOND.
185
II.
pleegt .men beide saamvoegend, van
Desniettemin Eucharistie
XXXa. HOOFDSTUK
Roomsche
omschrijven als een „offerande van het Nieuwe Verbond,
te
onder de teekenen van brood
die
werkelyk en substantieel
en
wiJn, zoo het lichaam en bloed als de ziel en de Godheid
Heere Jezus Christus, die
in zich besluit,
dit
Sacrament heeft ingesteld
van onzen
tot een voedsel
zielen." Dienovereenkomstig heeft het Concilie van Trente in
voor onze
haar 13e
zijde de
zitting, het oordeel
lyk, die ontkent, dat het
der verdoemenis uitgesproken over een iege-
Sacrament der zeer
heilige Eucharistie v^^aarlijk
met de
wezenlijk en werkelijk het lichaam en het bloed,
Heeren Jezus Christus, en
heid
onzes
zich
besluit,
en voorwendt, dat
in brood
hij
ziel
en de
G-od-
alzoo den geheelen Christus, in
en wijn slechts als een
tee-
ken, een figuur of een kracht aanwezig zou zijn."
Voor
toch
kelijk
sessie
onzekerheid
twijfel of
voudiglijk,
dat
Concilie
het
zegt
hier dus geen de minste plaats. Uitdruk-
van Trente
leert deze heilige
„Allereerst
:
is
in
het eerwaardig Sacrament
bij
hoofdstuk één van de 13e
Synode, en
en een-
belijdt openlijk
der heilige Eucharistie, na
de wijding van brood en wijn, onze Heere Jezus Christus, als waarachtig
God en waarachtig mensch,
waarlijk, werkelijk en wezenlijk in de ge-
van deze tastbare elementen besloten
daante
is.
Immers het
strijdt niet
dat onze Zaligmaker aldoor in den hemel aan de rechterhand des Vaders zit
op
naar tal
natuurlijke bestaanswijze, en dat
zijn
van andere plaatsen aanwezig
wel op zulk
hij
niettemin gelijktijdig
op Sacramenteele wijze
en dat
;
een manier als wij wel nauwlijks in woorden kunnen
maar
drukken,
zij
die
we
toch, als
bij
uit-
God mogelijk, door het geloof met
ons denken kunnen nagaan en standvastiglijk moeten gelooven."
De bedoeling spreuk
is
is
dus wel wezenlijk, dat brood en wijn, zoodra de zegen-
uitgesproken,
verdwijnen, en niet meer
zijn,
ophouden
staan, en alsnu zijn overgegaan in den wezenlijken Christus.
Ook
te be-
dit toch
sprak het Concilie van Trente zoo sterk mogelijk uit tegenover de Lutheranen, die ook hunnerzijds wel beleden dat Christus
in, bij
en onder brood
en wijn aanwezig was, maar niettemin vasthielden, dat, zoo na als voor de
zegenspreuk, hetgeen op den schotel lag brood
geen zich in den kelk bevond wijn stelling
ment de
uit
bleef,
over „een iegelijk die beweerde,
Eucharistie,
de substantie
en het-
Tegenover deze Luthersche voor-
sprak het Concilie van Trente het anathema,
namelijk
doemvonnis,
bleef.
was en
d.
i.
het
dat, in het heilig Sacra-
van het brood en van den wijn
te
zamen met het lichaam en bloed van onzen Heere Jezus- Christus aanwezig bleef, en alzoo loochende die wonderbare en aanbiddelijke verandering van heel de substantie van het brood in het lichaamen, en van heel de substantie
van den wijn in het bloed van Jezus Christus; welke
•
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's