E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 316
Derde deel
318
XXXI. HOOFDSTUK X.
ZOND.
die in beginsel tegen de kerkelijke discipline inging, en als Erastiaansche
groep, naar den sinds lang overleden hoogleeraar van Heidelberg,
genoemd
werd.
men nu
Vraagt zoo
kan men de
Calvijn
Vrije
kwam, dan
Erastus tegen dat van Calvijn overstelde,
vv^elk stelsel
kortelijk zeggen, dat Erastus de Staatskerk verdedigde en kerk,
zoodat eigenlijk
Erastus niet aan het woord-
in
het oude Zwinglianisme. Zwingii had namelijk de groote fout
maken tusschen
begaan, van geen behoorlijk onderscheid te
op
Gods
die
werkt
al
in de kerk.
Volgent de Heilige Schrift
onderscheiden. God Drieëenig
het
landen gelegd heeft
die
zijn
zijn autoriteit
en macht op de regee-
maar naast deze
ringen
dezer
gen
een geheel afzonderlijk regiment door God over
is
twee geheel en
de Koning over alle koningen, die voor
is
van landen en volken
bestuur
de wijze waar-
den burgerstaat gelden moet, en de wijze waarop
in
autoriteit
;
burgerlijke regeerinzijn
kerk besteld,
en dit regiment heeft Hij niet aan de koningen der aarde gegeven, maar
aan zijnen Zoon Jezus Christus, lijk
in zijn
hoedanigheid van Middelaar. Ge-
de vorsten der aarde regeeren in den burgerstaat en daarin ge-
dus
zoo
zag uitoefenen,
ook regeert Christus in
kerk alleen en absolutelijk het hooge gezag de
kerk een eigen souvereiniteit
draagt.
Zoo
zijn
is
gezag geldt. In de huishouding van den Staat de gratie Gods regeert, en in de huis-
bij
houding der Kerk het gezag van Christus, Koning.
Diensvolgens
geen Souverein gezag over tus,
aan de souvereiniteit
en een geheel ander karakter
Kerk en Staat twee huishoudingen, waarin tweeërlei
onderscheiden
het gezag van een Gebieder die
gezalfden
Hieruit volgt dus dat in
geldt, die in niets
van koningen der aarde onderworpen
scherpelijk
kerk en oefent in die
zijn
uit.
en die Souvei-ein
is
dus
als
de
den voor kerk
vrij
die
kerk van God
en heeft op aarde
zich. Zij heeft slechts één souverein,
woont
niet op aarde maar in den hemel.
men, of deze twee levenssferen,
die
van de Kerk en van den
geen enkel punt van aanraking hebben en alzoo
los naast
den Chris-
En vraagt Staat,
dan
elkander staan,
dan moet geantwoord, dat ze zulk een punt van vereeniging zeer zeker hierin bezitten, dat de oorspronkelijke souvereiniteit die èn voor den Staat
èn voor de Kerk geldt, de ééne almachtige Souvereiniteit van den Drieeenigen God
is.
Zijns
is
de Staat, en zijns
tusschen beide regimenten
God
zijn
autoriteit
autoriteit over zijn
is
de Kerk, en het onderscheid
ontstaat slechts hierdoor, dat de Heere onze
over den kerk. God
Staat op een ander gelegd heeft, dan zijn zelf is het alzoo, die in zijn ééne goddelijk
regiment deze twee sferen onderscheiden heeft, door de sfeer van den Staat te onderwerpen aan de vorsten der aarde, en de sfeer van' de Kerk
aan zijnen gezalfden Koning
in
de
hemelen. Hieruit volgt dus dat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's