E voto Dordraceno - pagina 208
ZONDAG
196
Oorsprong,
Het
mus
is
tot
op
HOOFDSTUK
IX.
III.
diepsten grond gepeild,
zijn
ligt
God den
in
dus volstrekt geen willekeurige saamvoeging,
als
Vader.
de Catechis-
Zoonschap, den Raad en de Schepping en volledige opsomming van de drie aanbiddelijkheden die in dit heilig Vaderschap begrepen zijn. Hij is Vader, omdat uit Hem eeuwig de Zoon gegenereerd is. Hij is Vader, omdat uit Hem alle wijsheid van Raad haar oorsprong nam. En ook, in dit eerste geloofsartikel het
bijeenvoegt,
Hij
maar een volkomen
juiste
Vader, omdat de diepste wortel der Schepping uit
is
Hem
Vader
als
kiemt.
Dit
God
werk der Schepping
is
komen van
een tot aanzijn
iets
dat niet
is.
1 verhaalt, was er niets Tot op het oogenblik, waarvan ons Gen. I en Drieëenig Wezen bestond, maar niets was dan God zelf. Het volzalig of bestond er buiten dit Wezen. God zelf was er, en niets meer. En al het ontzettende onderscheid tusschen wat achter de Schepping ligt en door de Schepping ontstond, is, dat er nu iets tegenover den Heere onzen :
God kwam
te
staan,
en
dat er
iets
dat niet-Qod,
maar creatuur was,
ontstond.
Dat
er
vóór deze Schepping nog andere Scheppingen zouden bestaan
hebben, meldt de Heilige Schrift ons
niet;
eer
doet de
Heilige
Schrift
op alle manier déze Schepping als de eerste en éénige voorkomen. En waar de Heilige Schrift ons dit zoo voorstelt, en uit den aard der zaak geen mensch hieromtrent iets uit zich zelven kan uitdenken of uitvinden, zoo valt hier alle tegenspraak weg en hebben we ons aan de voorstelling der Heilige Schrift te houden. ligt dus een onafzienbare en onpeilbare eeuwigwaarin niets dan God bestond of was. En deze eeuwigheid zou uiteraard voor het eeuwige Goddelijke Wezen een onvolkomenheid hebben
Achter deze Schepping
heid,
opgeleverd, indien dat Goddelijk
men
Stelt
Wezen
niet
Drieëenig ware.
zich toch voor, dat er niet eeuwiglijk
ware geweest de Vader,
de Zoon en de Heilige Geest, maar dat eeuwiglijk alleen de Vader had bestaan, dan natuurlijk zou deze God van alle eeuwigheid af tot aan de ure der Schepping een voorwerp gemist hebben, waar uitging;
ongenoegzaam
hebben,
om
zou de
zijn
liefde,
d.
zijn liefde
naar
Schepping behoefd liefde te laten werken; en eerst door de Schepping i. het hoogste in God, uit onbewuste sluimering zijn in
zich zelven zou
Hij
een
ontwaakt.
Vandaar dat
aan de Drieëenheid des Heeren gelooven, om .een Schepping te stellen, van eeuwigheid af geweest is, omdat anders hun God pas door lieden, die niet
en toch nadenken, er wel toe moeten komen, die er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's