E voto Dordraceno - pagina 419
ZONDAG hebben
te
HOOFDSTUK
XV.
niet iets bijkomstigs, dat mij
is
407
IV.
voor een korte poos gegeven
is,
maar hoort bij mijn wezen. Een engel moge naar zijn wezen onlichamelijk zijn, een mensch is dit niet. Mensch te zijn beteekent juist, dat ge deel hebt, en dat met uw wezen zelf, aan twee werelden, de ééne zichtbaar en de andere onzichtbaar. Alzoo schiep God den mensch en zoo eerst was hij mensch. Hij vormde den mensch uit het stof der aarde; blies in zijn neusgaten den adem des levens, en alzoo eerst wierd hij tot een levende ziel. Een mensch in den staat der afscheiding na den lichamelijken dood derhalve
verkeert
toestand
is
een verminkten, onnatuurl ijken
in
De
voor eeuwig terugkrijgt. heid eens eeuwiglijk zal
in
toestand,
en
deze
waarop ge uw lichaam eens
slechts voorbereidend voor de ure,
uitverkorenen zullen in de eeuwige heerlijk-
hun lichaam verkeeren, en Christus, hun Hoofd,
eeuwiglijk in ons vleesch met hen zijn.
Daar nu
niet
bestaat, zoo
is
Ge zoudt dus
én
uw ziel uw ziel
zondigt,
én
uw
maar
en
gij,
uit
gij
ziel
lichaam schuldig, en beide
en
treft
lichaam de
straf.
van de eeuwige verdoemenisse bevrijd was; ook uw lichaam moet van de eeuwige verdoemenisse ontheven; en daarom is het, dat de straf voor de zonde ziel en lichaam treft, en dat dus ook de Middelaar niet enkel naar de ziel, maar ook naar het lichaam heeft geleden. En overmits nu in het bloed het leven van ziel en lichaam zich huwt, naar de Schrift, dat de ziel in het bloed is niet verlost zijn,
alleen
als
uvv^
ziel
(Lev. XVII 11), vat de Heilige Schrift zoo schoon en doorzichtig juist onze verlossing van de eeuwige verdoemenisse daarin saam, dat „onze verlossing is in zijn bloed", het „bloed des kruises". :
Is
nu ontheffing van
Velen meenen
ja,
,,de
eeuwige verdoemenisse" ons genoeg
zoening hebben, zoo beelden ze zich
Toch waarom.
is
dit
zit,
zoodat
in
onze
hij,
ook met
wereldsche
kan, en zijn schuldeischer slaat
dan
in,
dan
zijn
ze
er.
een zeer ongodvruchtige gedachte, en
Indien op aarde,
schulden
wat
?
en spreken bijna van niets anders. Als ze maar ver-
alles te
hem
benepen
huishouding,
verkoopen,
aan, en
hij
we
willen
iemand
zeggen diep
letterlijk niets
in
betalen
wordt gevonnist; natuur-
op dat oogenblik begeert, dat een vrij maken. Was hij dus vier tonnen gouds schuldig, zonder iets te bezitten, en komt er iemand die deze vier tonnen gouds voor hem betaalt, zoo ontsluit de cipier de gevangenis en hij gaat vrij uit. Niemand heeft meer iets op hem te zeggen. Al zijn schuld lijk
is
al
die
ziel
ander voor hem betalen mocht en
is
hem
betaald.
Doch waarom
voelt die
man
zich nu vrij ?
Hierom, wijl
hij
de kracht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's