E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 531
Derde deel
ZOND.
IV.
533
eenmaal de kerk van Christus allerwegen geplant
toen
aan,
natuurlijk
XXXYVh. HOOFDSTUK
was. Dit toch was oorzaak, dat wie zich ook toen nog met deze Heiden-
«che zonden
anders doen kon, dan met bevlekte consciën-
inliet, dit niet
kwam.
zoo vanzelf onder demonische invloeden
tie,
en
toe,
dat de geestesrichting die eerst in het Avontuur heil zocht als van-
Dit
nu
zelf in Duivelaanhidding oversloeg, en dat de
woorden van Satan
„Alle deze Koninkrijken zal ik u geven, zoo
gij
bidden",
lange
machtig.
Men
zijn
instrumenten
vraag, of
aan
men
zijn
op aarde te
zijn ziel
was
Satan
inwerking. In de heksen scheen Satan ^ hebben. En nu hing alles maar aan de
aan Satan wilde verkoopen. Wie daartoe
op verborgen plekken
tot Jezus
neervaWende mij zult aan-
een ontzettende verzoeking vormden.
jaren
geloofde
leidde er >
ongelooflijke
''^''
besloot, zou
schatten vinden, de Satan met zijn
trawanten zou zulk een tegen de woede der kerk, en wat meer
zegt. te-
gen den troon van Gods almacht beschermen. Voor die verzoeking toen
duizenden bezweken, en
in
letterlijken
sloop langen
zin
•
zijn
een
tijd
soort vormelijke eeredienst van den Duivel in het verborgene rond. Zelfs
de mis werd in den vorm van een mis voor den Duivel nagebootst, en de
gruwelen en ongerechtigste werken
vreeselijkste
bedreven. Dat de reactie tegen dit
kwaad zoo
ter eere
^ >
van den Satan
sterk was, en in de bekende
heksenprocessen tot zooveel wreede gestrengheid van Overheid en kerk
kan dan ook
leidde,
Dit in de
toch
zonde
'bestaan
als
de
is
alleen begrepen door wie geheel dit schriklijk ver-
samenhang
:schijnsel in zijn
heillooze en schriklijke fataliteit, die naar
schuilt, dat
God
overziet.
aantast,
zijn
machten
om
zich heen, of in
mach-
hij
bidding
vindt
maar dat deze
;
innerlijke drijfkracht
geslacht geen rust gunt, eer het
Wat
bij
van het kwaad ons
de aanbidding van den Duivel
is
aan-
de profetieën en de Apocalyps ons in het eind der dagen
omtrent de aanbidding van den Antichrist, van het Beest en
verwachten geven, bevestigt
dit geheel.
zijn Beeld, ^
Halverwege kan de stroom dier
afloopende wateren niet staan blijven. Satan heeft ons de zonde in de :gedruppeld,
y
zich phantaseert, een surrogaat voor het voorwerp zijner aan-
ten, die
te
bestel
wel innerlijk gedreven wordt door zelfaanbid->
ding, en wel een tijdlang in allerlei
gekomen.
Gods
wie God verwerpt en het Eeuwige Wezen in
niet
om
ons
tot
hooger zelfgenieting
van God
te stellen.
Da^
Dat de zelfzuchtige hoovaardij waardoor
hij
zichzelven in de plaats
loslaat, valt vanzelf in
is zijn
brengen,
maar om
duivelsche jaloezie.
gedreven wordt. Wie God
Satans handen.
En toen God de Heere ons paradijs, en straks op
te
ziel
het gebod eerst
den Sinaï verkondigde
:
m
het hart inschreef in het
,.G\]
zult
geen andere goden
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's