E voto Dordraceno - pagina 191
ZONDAG
wat deze
alleen te vragen naar zijn volk
Doch
VIII.
geopenbaard
HOOFDSTUK
VI.
179
God aangaande
heerlijke
zich zelven aan
heeft.
volstrekt niet alleen onze godgeleerden zullen zich in dit opzicht
de oude paden moeten bekeeren en zich afwenden van den wijsgeerigen doolhof; maar ook de bedienaren des Woords in hun bediening en de leden der gemeente in hun godvruchtige overdenking zullen veel meer tot
dan tot dusver met de belijdenis van de heilige Drievuldigheid ernst moeten maken. En zoo we daarop komen, hoeveel zal dan niet anders in de kerk van Christus moeten worden? Hoe zal dan niet op heel andere wijze dan thans de kennisse Gods weer op den voorgrond moeten treden, en de gemeenschap van den zondaar met het Eeuwige Wezen grondtoon van prediking en van godvruchtige overdenking moeten worden. Helaas, we zijn zoo bedorven door de hospitaal-theorie. Alle zondaren zieken, en nu heel ons geloof en ons belijden er uitsluitend op gericht, om die zieken onder dak te brengen in een kerk, die genezing biedt, en in die kerk bijna uitsluitend sprake van allerlei krankheid en allerlei wonde, en daarnaast van allerlei medicijn en allerlei balsem, die door den Medicijnmeester ons aangeboden wordt! Natuurlijk denken we er niet aan, om ook maar één stippelke te willen afdingen op de volstrekte noodzakelijkheid, om én die wonden in al haar diepte te peilen én dat eenig medicijn, dat in het bloed van Christus is, zijn volle werking te laten doen; maar wat we beweren is, dat dit door de hospitaal-theorie juist niet geschiedt. Dat op die wijs het krank zijn voor God en het voor God goddeloos en verloren zijn er uitgaat, en anderzijds de verzoening die er in het bloed des kruises
is,
niet
doorgaat
tot
een verzoend zijn met den levenden God.
Met Hem, met den Eenig in
alle
prediking en
in
alle
Heerlijke,
hebben we
godsvrucht
alles
te
doen.
Op Hem moet
doelen en uitloopen.
En de
worden opgehouden en kunnen de vleugelen niet uitslaan, zoo niet de gemeenschap met het Eeuwige Wezen ons punt van uitgang en ons
zielen
rustpunt
in
het einde tevens
Alle Christelijke kunst
den vader
aller
in
is.
is dat woord van Jehovah tot maken: „Ik ben uw schild en uw voor mijn aangezicht en wees oprecht." En
het belijden
geloovigen waar
te
zeer groot; wandel daarom van voor dat aangezicht Gods mag de prediking geen oogenblik weggaan, en alle zoeken naar genieten van verzoening moet van oogenblik loon,
tot
oogenblik een arbeid van de oprechte
Eeuwige
zijn.
ziel
voor het aangezicht van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's