E voto Dordraceno - pagina 455
ZONDAG
HOOFDSTUK
XVI.
443
IV.
eiken nacht tot aan de wederkomst des Heeren door zijn verlosten over
den Dood zou worden getriomfeerd. En dat geschiedt dan nu ook.
Want wie
gezichtskring ruim en breed kan nemen, en denkt aan
zijn
aardbodem
het volk des Heeren op den ganschen
al
ook hoe
verspreid,
die
weet
geen nacht omgaat of er geen dag voorbijgaat, dat er
er
niet
vroom kind Gods juichende ingaat tot de schare daarniemand tellen kan; een vrijgemaakte voor wien de dood geen
hier of ginds een
boven, die
banden, het graf geen verschrikking meer heeft; een gekochte door het bloed des Lams, die wetende dat zijn Heiland voor
hem begraven
voor
heid ingaat,
om
is,
in
te
nu zonder verschrikking,
wonen
zijn
bij
al
hem gestorven en
jubelende
in
de eeuwig-
Heere.
VIERDE HOOFDSTUK. Lama
EU,
Eli,
Sabachtani!
Matth. 47
De dusgenaamde
,,nederdaling ter helle",
:
46.
waaraan we thans toekomen,
heeft van ouds her een geschilpunt uitgemaakt tusschen onze kerken en
de kerken die Luther volgen, en niet tot
is
ook
den boezem onzer eigen kerken
in
genoegzame helderheid gebracht. den plicht op bij de uitlegging van
Dit legt ons
Twaalf Geloofsartikelen Gelijk ieder toestemt
iets is
uitvoeriger
om
zoo
viel
Nu met
eet,
zoo zult
het in
gij
den dood
kwam
sterven".
Adam; en de dood
ontstaat echter de vraag,
wat
trad
dit
stuk
uit
onze
staan.
hier
het.
Ons
,,
Indien
gij
van dezen
geslacht deed het toch;
in.
met
dreigen: „Gij zult den dood sterven
dit
te
der zonde wille ons de dood overkomen.
Gelijk het gezegd en gedreigd was, zoo
boom
stil
!"
,,den
dood" bedoeld
alleen bedoeld, dat
zij.
Is
Adam
en
nakomelingen voortaan den üjdelijken dood zouden sterven, of meer? tijdelijke dood uitvloeisel is van de straf, die ons om der zonde wil overkomt, staat vast. Daarover denken alle Schriftgeloovigen eender. Maar de vraag is, of er behalve deze tijdelijke dood nog meer toe hoort. En nu is het opmerkelijk dat God de Heere terstond na den zondeval zijne
Dat óók de
Adam 20.
en Eva als straf oplegt:
den
tijdelijken
lo. de moeite en het lijden des levens, dood, en 3o. het nederdalen in den kuil. Derhalve ook
wel den tijdelijken dood, maar met een
lijden
dat het sterven voorafgaat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's