E voto Dordraceno - pagina 180
ZONDAG
168
HOOFDSTUK
VIII.
IV.
Welnu, alleen en uitsluitend in dien zin is dan ook bedoeld wat de Catechismus aanduidt met de bekende onderscheiding: van God den Vader en onze Schepping, van God den Zoon en onze Verlossing, van God den Heiligen Geest en onze Heiligmaking. Hiermee toch
volstrekt niet aangeduid, dat elk dezer drie Personen
is
beurtelings zou werken: de Vader eerst
om
u
maar omgekeerd dat verloste
is
om
u te scheppen, dan de Zoon
en eindelijk de Heilige Geest
te verlossen,
die u schiep
is
om
u heilig te maken;
de Drieëenige God, en dat die u
de Drieëenige God, en dat die u heilig maakt
uw
is
de Drieëenige
wording tot in uw eeuwige glorie nooit afzonderlijk met den Vader zonder den Zoon, of met den Zoon zonder den Vader te doen kunt hebben, maar dat gij altoos te doen hebt met den Heere Heere, met den levenden God, met het Eeuwige Wezen, en dus met den Vader, Zoon en Heiligen Geest. Dat er nu echter, waar deze werkingen Gods én scheppend én verlossend én heiligend naar en op u uitgaan, toch in deze werkingen van den DrieGod, zoodat
God
eenigen
schepsel van
als gij
een onderscheiding
is,
eerste
en wel zulk een onderscheiding, dat
wat de Schepping raakt de Vader de hoofdwerker is met wien de Zoon en. de Heilige Geest meewerken; bij al wat de Verlossing raakt de Zoon de hoofdwerker met wien de Vader en de Heilige Geest meewerken; en in al wat betrekking heeft op persoonlijke heiliging de Heilige Geest de hoofdwerker is en de Vader en de Zoon meewerken. in al
De Vader kan
zijn.
Nu
is
als de Zoon ooit Vader men den oorsprong in zich draagt,
Vader en nooit Zoon, evenmin
ligt in
het Vader-zijn dat
Eeuwige Wezen de Fontein, de Bronwei, alle goed in zijn diepsten grond is te vinden, dan voelt ieder terstond, dat dit niet de Zoon kan zijn, noch ook de Heilige Geest, maar dat dit moet zijn de Vader. en vraagt men dus, waar
in het
de Springader, de Veroorzaker van
De naam reeds beslist hier. En evenals in het Eeuwige Wezen de Vader den Zoon mede van den Vader de
oorzakelijke wordt beleden, evenzoo ook en niet
Voor
in het schepsel uit.
genereert,
en
Vader het anders komt de Vader
Heilige Geest uitgaat, en dus in den
alle
schepsel
is
in
Hem
de Uitgang, de Bron, de
Springader, van alle oorzaak de Oorzakelijkheid.
Van ding,
al
wat op
uw
dat de werking tot zijn
aanzijn,
uw
levenslot,
uw
opleiding,
uw
onderhou-
en zooveel meer, betrekking heeft, voelt dan ook ieder terstond,
hem
uitgaat van den Vader.
lichamelijk of uitwendig aanzijn,
boorte en voorverordineering.
Van
alle
En
dat niet alleen van
maar evenzeer van
zijn
wederge-
eerste en tweede leven klimt de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's